Bij de herdenking van de honderdste verjaardag van de Eerste Wereldoorlog wordt duidelijk hoe belangrijk het is om te herinneren. De verschrikkingen van de oorlog mogen we niet vergeten, in de hoop er iets van te leren voor de toekomst.

In het werk van de Commissie Statuut, dat nu achter ons ligt, bleek ook het belang van herinnering. De archiefstukken van de meeste aanvragers bleken immers vernietigd, vanwege een wet op de bewaartermijnen van jeugdzorgdossiers die de privacy van betrokkenen wil beschermen. Keer op keer bleek die wet voor de aanvragers eerder te lijken op een doofpot. Het voelde niet goed dat hun gegevens waren versnipperd. Hoe zwart hun geschiedenis ook was, het leek alsof hun jeugd opnieuw was afgepakt.

Juist in deze tijd van herdenking en herinnering verschijnen er ook pleidooien voor vergetelheid. Ali Smith schrijft in een recente roman`We have to forget. Or we´d never sleep ever again`. In een essay in De Groene Amsterdammer, wijst Beunders op het belang van vergeten in een samenleving die alles opslaat en niet ophoudt te herdenken. Onder verwijzing naar Nietzsche, wijst hij erop dat vergeten voorwaarde is om het leven in het heden mogelijk te maken. Om met je ergste vijanden aan een toekomst te kunnen werken is het nodig te vergeten en te vergeven. Dat liet het onmogelijk geachte werk van de waarheidscommissie in Zuid-Afrika zien. Het bleek nodig eerst de pijnlijke herinneringen erkend te zien.

In het werk van de Commissie Statuut hebben wij geleerd hoe belangrijk het is om de verhalen over misbruik naar het heden te halen en het juist aan de vergetelheid te onttrekken. Tijdens de zittingen kwamen de pijnlijke herinneringen weer boven en werden (soms voor het eerst) publiekelijk besproken.

Soms nodigden wij aanvragers uit, hun gedachten over de toekomst uit te spreken. Wat gingen zij doen met hun ervaringen met de coulanceregeling jeugdzorg? Zouden zij in staat zijn het verleden het verleden te laten? Want in de woorden van Paul Ricoeur (in Beunders) ´De voorbije feiten zijn misschien onuitwisbaar, maar de ´zin´ van wat ons is gebeurd is niet voor eeuwig vastgelegd. Je kunt de morele lading van het verleden veranderen. En zo zet de arbeid van de herinnering ons op het pad van de vergeving´.

En Beunders zelf: ‘Het tegendeel van herinnering is niet vergeetachtigheid, het is geschiedenis, kritische geschiedenis die voor iedereen waar is’.

Pas als het verhaal van de aanvrager over de gruwelijkheden uit het verleden is erkend kan een nieuwe weg naar de toekomst worden ingeslagen.

Carol van Nijnatten, commissielid Schadefonds Geweldsmisdrijven