Adres

Schadefonds Geweldsmisdrijven
Kneuterdijk 1
2514 EM Den Haag

Tel: 070 - 414 20 00
Fax: 070 - 414 20 01

Het Schadefonds beschikt niet over een eigen parkeergelegenheid. Parkeren kan in Parkeergarage Noordeinde of Interparking Museumkwartier.

Vraag of opmerking? Vul onderstaand formulier in

* = verplicht veld

Contact

  • DD slash MM slash JJJJ

Veelgestelde vragen

Filter onderwerp

  • Selecteer een onderwerp
  • Alle vragen
  • Schadefonds
  • Slachtoffer
  • Nabestaanden
  • Naasten
  • Schadefonds
  • Vragen over de aanvraag
  • Vragen Subsidieregeling overvallen
  • Vragen bijstand
  • Vragen regeling slachtoffers jeugdzorg
  • Vragen voor slachtoffers
  • Vragen voor nabestaanden
  • Vragen voor professionals
  • Voorwaarden slachtoffer
    • 1. U bent slachtoffer van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf

      Het moet gaan om een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Dit betekent dat er met opzet geweld tegen u is gebruikt of hiermee is gedreigd. Denkt u hierbij aan:

      • lichamelijke mishandeling
      • diefstal met geweld
      • bedreiging met geweld en/of een wapen
      • verkrachting

      Ongelukken vallen hier niet onder. Een voorbeeld: iemand loopt in zijn of haar haast tegen u aan. Hierdoor valt u en breekt u een been. Dan is dat een ongeluk, geen opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.

    • 2. U heeft of had ernstig letsel door het geweldsmisdrijf

      Het Schadefonds is er voor slachtoffers met ernstig letsel. Dit kan lichamelijk of geestelijk (psychisch) letsel zijn. Wij vinden iets ernstig letsel als u meerdere keren medisch werd behandeld, het herstel lange tijd duurt of als herstel niet mogelijk is. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

      • een gebroken been of arm waarbij operatie nodig was
      • het verlies van een oog
      • een posttraumatische stressstoornis

      Wij hebben medische stukken nodig over uw lichamelijke of psychische problemen. Voor psychische problemen kijken wij of u in behandeling bent bij een behandelaar die voor het stellen van de diagnose een BIG-registratie of NIP-dienstmerk met Basisaantekening Psychodiagnostiek (BAPD) heeft. Dit kunt u navragen bij uw behandelaar of bekijken op www.bigregister.nl of www.psynip.nl. Bij kinderen is het ook voldoende als zij in behandeling zijn bij een orthopedagoog met NVO-registratie met Basisaantekening Diagnostiek (BAD).

      Bij sommige geweldsmisdrijven gaat het Schadefonds er altijd van uit dat u ernstig geestelijk letsel heeft: bijvoorbeeld bij aanranding of verkrachting, stelselmatig huiselijk geweld en bedreigingen met een mes of vuurwapen. In deze gevallen hoeft u dus niet in behandeling te zijn bij een psycholoog of psychiater om een uitkering van ons te krijgen. Dit noemen wij het vooronderstellen van ernstig letsel.

    • 3. Het geweldsmisdrijf vond plaats in Nederland

      Het geweldsmisdrijf moet in Nederland zijn gebeurd. Ook als het geweldsmisdrijf aan boord van een Nederlands schip of vliegtuig plaatsvond, kunt u bij ons terecht. Daarnaast is het sinds april 2019 mogelijk om voor geweldsmisdrijven in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) een aanvraag in te dienen. Woont u niet in Nederland, maar bent u hier wel slachtoffer geworden van geweld? Ook dan kunt u een aanvraag bij ons indienen.

      Bent u slachtoffer geworden van geweld op of na 1 januari 2006 in één van de EU-landen?
      Dan kunt u via het Schadefonds een aanvraag indienen voor een uitkering uit het schadefonds van het land waar u slachtoffer werd. Wij zorgen voor vertaling en sturen de aanvraag door aan de instantie in dat land. Op de beslissing over een uitkering hebben wij geen invloed. Ieder land heeft namelijk zijn eigen regels en procedures.

      Deze EU-landen hebben een schadefonds: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden.

    • 4. U heeft geen eigen aandeel in het geweldsmisdrijf

      Wij kijken naar uw eigen rol in wat er is gebeurd. Voorbeelden zijn:

      • als u als eerste geweld heeft gebruikt
      • als u de ander heeft uitgedaagd
      • als u zich bezighoudt met criminele activiteiten (zoals de handel in drugs)

      Als u een aandeel heeft in het geweldsmisdrijf, krijgt u mogelijk geen of een lagere uitkering.

    • 5. De schade wordt niet op een andere manier vergoed

      U krijgt alleen een uitkering van ons als de schade niet is vergoed door de dader of een verzekeringsmaatschappij.

      U kunt wel bij ons terecht als u nog niet weet of u geld van anderen gaat ontvangen. Als u uiteindelijk toch geld krijgt van de dader of de verzekeringsmaatschappij, kan het zijn dat u de uitkering van het Schadefonds moet terugbetalen. Het Schadefonds kan ook bij haar beslissing al rekening houden met de vergoeding die de dader u moet betalen. Dan hoeft u onze uitkering niet achteraf terug te betalen.

    • 6. U dient de aanvraag binnen tien jaar in

      Uw aanvraag moet binnen tien jaar na het geweldsmisdrijf bij ons binnen zijn. Aanvragen die later worden ingediend, kunnen wij alleen behandelen wanneer u hier een goede reden voor opgeeft. Het is nooit mogelijk om een aanvraag in te dienen voor een geweldsmisdrijf dat voor 1 januari 1973 heeft plaatsgevonden.

      Let op: Hoe langer het geleden is dat het misdrijf plaatsvond, hoe lastiger het is om gegevens van bijvoorbeeld de politie te achterhalen. Deze informatie hebben wij wel nodig voor de beoordeling van uw aanvraag. Daardoor is de kans aanwezig dat u bij een late aanvraag geen uitkering krijgt.

  • Voorwaarden nabestaande
    • 1. U bent nabestaande

      U kunt als nabestaande een aanvraag indienen wanneer u echtgenoot, (geregistreerd) partner, ouder, kind, broer of zus bent van de overledene.

    • 2a. Het slachtoffer is overleden door een opzettelijk geweldsmisdrijf

      U kunt als nabestaande een aanvraag indienen wanneer het slachtoffer is overleden door een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Dit betekent dat er met opzet geweld is gebruikt, zoals moord en doodslag.

      Een ongeluk is geen opzettelijk geweldsmisdrijf. Een voorbeeld: iemand loopt in zijn of haar haast tegen het slachtoffer aan. Hierdoor valt hij of zij ongelukkig en overlijdt. Daarbij is er geen sprake van geweld of een misdrijf.

    • 2b. Het slachtoffer is overleden door een dood door schulddelict

      U kunt als nabestaande een aanvraag indienen wanneer het slachtoffer is overleden door een dood door schulddelict. Het Schadefonds geeft tegemoetkomingen voor twee soorten dood door schulddelicten:

      • dood door schuld in verkeerszaken
      • dood door schuld in algemene zin

      Bij schuld in verkeerszaken (zoals bedoeld in artikel 6 Wegenverkeerswet 1994) gaat het om het gedrag van de verdachte. Een enkele overtreding is vaak niet voldoende om te spreken van schuld. Bijvoorbeeld: als er geen voorrang is gegeven is dat vaak niet voldoende om te spreken van schuld. Wanneer de verdachte ook nog veel te hard reed en/of alcohol dronk, is er sneller sprake van dood door schuld.

      Let op: Overleed uw echtgenoot, (geregistreerd) partner, ouder of kind op of na 1 januari 2019 door schuld in het verkeer? Dan heeft u bijna altijd recht op een schadevergoeding van de verzekeringsmaatschappij van de veroorzaker of van het Waarborgfonds Motorverkeer. Het Schadefonds raadt dan aan de schade eerst te verhalen bij de verzekeringsmaatschappij of het Waarborgfonds.

      Bij schuld in algemene zin (zoals bedoeld in artikel 307 Wetboek van Strafrecht) gaat het om het gedrag van de verdachte en de gebeurtenis en de omstandigheden. Voorbeelden van schuld in algemene zin kunnen zijn:

      • een koolstofmonoxidevergiftiging
      • ongelukken met vuurwapens
      • medische fouten

      Echte ongelukken zijn niet voldoende om te spreken van dood door schuld. Bij dood door schuld moet het gaan om onvoorzichtig gedrag: de verdachte kon weten dat er iets fout zou kunnen gaan, maar ging er toch mee door.

    • 3. Het geweldsmisdrijf of het dood door schulddelict vond plaats in Nederland

      Het geweldsmisdrijf of dood door schulddelict moet in Nederland zijn gebeurd. Ook als het aan boord van een Nederlands schip of vliegtuig plaatsvond, kunt u bij ons terecht. Daarnaast is het sinds april 2019 mogelijk om voor geweldsmisdrijven en dood door schulddelicten in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) een aanvraag in te dienen. Woonde het slachtoffer niet in Nederland, maar is hij of zij hier wel door het geweldsmisdrijf of dood door schulddelict overleden? Ook dan kunt u een aanvraag bij ons indienen.

      Bent u nabestaande van een slachtoffer dat is omgekomen door een misdrijf op of na 1 januari 2006 in één van de EU-landen?
      Dan kunt u via het Schadefonds een aanvraag indienen voor een uitkering uit het schadefonds van het land waar het misdrijf plaatsvond.

      Wij zorgen voor vertaling en sturen de aanvraag door aan de instantie in dat land. Op de beslissing over een uitkering hebben wij geen invloed. Ieder land heeft namelijk zijn eigen regels en procedures.

      Deze EU-landen hebben een schadefonds: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden.

    • 4. U of het slachtoffer had geen eigen aandeel in het geweldsmisdrijf

      U kunt alleen een tegemoetkoming van ons krijgen als u of het slachtoffer niet schuldig was aan het misdrijf. Wij kijken namelijk ook naar uw rol en de rol van het slachtoffer bij wat er gebeurd is. Als u of het slachtoffer een aandeel had in het geweldsmisdrijf is het mogelijk dat u geen uitkering krijgt. Voorbeelden zijn:

      • als u of het slachtoffer als eerste geweld heeft gebruikt
      • als u en/of het slachtoffer zich bezighield met criminele activiteiten (zoals de handel in drugs)
    • 5. De schade wordt niet op andere manier vergoed

      U krijgt alleen een uitkering van ons als de schade niet is vergoed door de dader of een verzekeringsmaatschappij. U kunt wel bij ons terecht als u nog niet weet of u geld van anderen gaat ontvangen.

      Als u uiteindelijk toch geld krijgt van de dader of de verzekeringsmaatschappij, kan het zijn dat u de uitkering van het Schadefonds moet terugbetalen. Het Schadefonds kan ook bij haar beslissing al rekening houden met de vergoeding die de dader of verzekeringsmaatschappij u moet betalen. Dan hoeft u onze uitkering niet achteraf terug te betalen.

    • 6. U dient de aanvraag binnen tien jaar in

      Uw aanvraag moet binnen tien jaar na het overlijden van het slachtoffer bij ons binnen zijn. Aanvragen die later worden ingediend, kunnen wij alleen behandelen wanneer u hier een goede reden voor opgeeft. Het is nooit mogelijk om een aanvraag in te dienen voor een geweldsmisdrijf dat voor 1 januari 1973 heeft plaatsgevonden.

      Let op: Hoe langer het geleden is dat het misdrijf plaatsvond, hoe lastiger het is om gegevens van bijvoorbeeld de politie te achterhalen. Deze informatie hebben wij wel nodig voor de beoordeling van uw aanvraag. Daardoor is de kans aanwezig dat u bij een late aanvraag geen tegemoetkoming krijgt.

  • Voorwaarden naaste
    • 1. U bent naaste

      U kunt als naaste een aanvraag indienen wanneer u echtgenoot, (geregistreerd) partner, ouder, kind, broer of zus bent van het slachtoffer.

    • 2. Er is sprake van een opzettelijk geweldsmisdrijf

      Uw naaste is slachtoffer van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Dit betekent dat er met opzet geweld tegen het slachtoffer is gebruikt of hiermee is gedreigd. Denkt u hierbij aan:

      • poging tot moord/doodslag
      • lichamelijke mishandeling
      • bedreiging met geweld en/of een wapen

      Ongelukken vallen hier dus niet onder.

    • 3. Er is sprake van ernstig en blijvend letsel door het geweldsmisdrijf

      Dit kan lichamelijk en/of geestelijk (psychisch) letsel zijn. Wij vinden iets ernstig en blijvend letsel als het slachtoffer voor minstens 70% lichamelijk niet meer kan functioneren. Ook psychisch letsel kan ernstig en blijvend zijn.

      Blijvend letsel betekent dat er geen vooruitzicht is dat het letsel (of de gevolgen ervan) na verloop van tijd vermindert. De ommezwaai in het leven van het slachtoffer is van groot belang voor onze beoordeling. Het gaat er dan ook om dat het slachtoffer een lange tijd op indringende wijze last heeft van de gevolgen van het geweldsmisdrijf.

      Enkele voorbeelden hiervan zijn:

      • verlies van zicht (gehele blindheid)
      • verlamming (hoge dwarslaesie)
      • verlies van beide armen
      • hersenletsel met ernstige karakter- en gedragsveranderingen
      • derdegraadsbrandwonden over grote delen van het lichaam
      • lichamelijk of psychisch letsel waardoor het slachtoffer niet meer voor zichzelf kan zorgen
    • 4. Het geweldsmisdrijf vond plaats in Nederland

      Het geweldsmisdrijf moet in Nederland zijn gebeurd. Ook als het geweldsmisdrijf aan boord van een Nederlands schip of vliegtuig plaatsvond, kunt u bij ons terecht. Daarnaast is het sinds april 2019 mogelijk om voor geweldsmisdrijven in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) een aanvraag in te dienen. Woont u niet in Nederland, maar werd uw naaste hier wel slachtoffer van geweld? Ook dan kunt u een aanvraag bij ons indienen.

    • 5. U of het slachtoffer had geen eigen aandeel in het geweldsmisdrijf

      U kunt alleen een eenmalige uitkering van ons krijgen als u of het slachtoffer niet schuldig was aan het misdrijf. Wij kijken namelijk ook naar uw rol en de rol van het slachtoffer bij wat er gebeurd is. Als u of het slachtoffer een aandeel had in het geweldsmisdrijf is het mogelijk dat u geen uitkering krijgt.

      Voorbeelden zijn:

      • als u of het slachtoffer als eerste geweld heeft gebruikt
      • als u en/of het slachtoffer zich bezighield met criminele activiteiten (zoals drugshandel)
    • 6. De schade wordt niet op een andere manier vergoed

      U krijgt alleen een uitkering van ons als de schade niet is vergoed door de dader of een verzekeringsmaatschappij. U kunt wel bij ons terecht als u nog niet weet of u geld van anderen gaat ontvangen.

      Als u uiteindelijk toch geld krijgt van de dader of de verzekeringsmaatschappij, kan het zijn dat u de uitkering van het Schadefonds moet terugbetalen. Het Schadefonds kan ook bij haar beslissing al rekening houden met de vergoeding die de dader u moet betalen. Dan hoeft u onze uitkering niet achteraf terug te betalen.

    • 7. Het geweldsmisdrijf vond plaats op of na 1 januari 2019

      U kunt als naaste alleen een uitkering aanvragen als het geweldsmisdrijf op of na 1 januari 2019 is gebeurd.

  • Voorwaarden Engels
    • Are you a victim of an intentional violent crime?

      An intentional violent crime is a crime in which intentional violence was used against you or in which you were threatened with violence. For example: robbery, assault or rape.

    • Do you have serious physical or psychological injuries?

      You need to have incurred serious physical and/or psychological injuries as a result of the violent crime. According to the Compensation Fund, serious injuries are injuries with long-term or lasting medical effects.

      Some examples are: a disfiguring facial scar, fracture of an arm or leg, the loss of an eye or a post-traumatic stress disorder. Check the list of injuries for an overview of the injuries that are considered to be serious by the Compensation Fund.

    • Was the violent crime committed in the Netherlands?

      The violent crime must have been committed in the Netherlands. Your nationality (or that of your close relative) is not relevant. You also do not have to live in the Netherlands to be able to file an application. For further information, see our policy manual.

      Were you a victim of a violent crime in one of the EU-countries after 1 January 2006? If so, then you can file an application with the Dutch Compensation Fund for a payment from the compensation fund in the country in which you became a victim.

    • Did you or your close relative take part in the violent crime?

      When you have taken part in the violent crimeit may have consequences for your application. If, for instance, you were the first to use violence, you have challenged somebody or if you took part in criminal activities, then you yourself are (partly) to blame for the damage resulting from the violent crime. In these cases you may not get (full) compensation.

      However, if you were involved in an act of violence because you were helping a fellow citizen who was being assaulted, then you are not likely to be held accountable.

      If you file an application as a surviving relative, your relative must not have contributed to the violent crime. If it is established that your relative contributed to the violent crime, you will be denied compensation.

    • Were the damages compensated in any other way?

      The Compensation Fundwill pay compensation if your damages were not compensated in any other way. Did you, for instance, receive compensation from the perpetrator or an insurance company? If so, then the Compensation Fund may deduct this amount from the payment.

      If your damages were fully compensated, then the Compensation Fund, in principle, will not pay any compensation. You do not have to wait with filing the application until you know whether you get compensated by another party.

      If you receive a payment from the Compensation Fund, and afterwards from the perpetrator, for instance, you must report this to the Compensation Fund. The Compensation Fund will then determine whether this payment must be settled with (part of) the payment you received from the Compensation Fund. For further information, see our policy manual.

    • Did you file the application within a period of ten years after the violent crime took place, or after death?

      You must file your application within a period of ten years after the violent crime was committed, or after your relative died. It is possible that you are not able to file your application in this period of time. In that event, let us know the reason for the delay. We will then see if we can still handle your application.

      It is not possible to file an application if the violent crime happened before 1 January 1973.

  • Voorwaarden slachtoffer
    • 1. U bent slachtoffer van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf

      Het moet gaan om een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Dit betekent dat er met opzet geweld tegen u is gebruikt of hiermee is gedreigd. Denkt u hierbij aan:

      • lichamelijke mishandeling
      • diefstal met geweld
      • bedreiging met geweld en/of een wapen
      • verkrachting

      Ongelukken vallen hier niet onder. Een voorbeeld: iemand loopt in zijn of haar haast tegen u aan. Hierdoor valt u en breekt u een been. Dan is dat een ongeluk, geen opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.

    • 2. U heeft of had ernstig letsel door het geweldsmisdrijf

      Het Schadefonds is er voor slachtoffers met ernstig letsel. Dit kan lichamelijk of geestelijk (psychisch) letsel zijn. Wij vinden iets ernstig letsel als u meerdere keren medisch werd behandeld, het herstel lange tijd duurt of als herstel niet mogelijk is. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

      • een gebroken been of arm waarbij operatie nodig was
      • het verlies van een oog
      • een posttraumatische stressstoornis

      Wij hebben medische stukken nodig over uw lichamelijke of psychische problemen. Voor psychische problemen kijken wij of u in behandeling bent bij een behandelaar die voor het stellen van de diagnose een BIG-registratie of NIP-dienstmerk met Basisaantekening Psychodiagnostiek (BAPD) heeft. Dit kunt u navragen bij uw behandelaar of bekijken op www.bigregister.nl of www.psynip.nl. Bij kinderen is het ook voldoende als zij in behandeling zijn bij een orthopedagoog met NVO-registratie met Basisaantekening Diagnostiek (BAD).

      Bij sommige geweldsmisdrijven gaat het Schadefonds er altijd van uit dat u ernstig geestelijk letsel heeft: bijvoorbeeld bij aanranding of verkrachting, stelselmatig huiselijk geweld en bedreigingen met een mes of vuurwapen. In deze gevallen hoeft u dus niet in behandeling te zijn bij een psycholoog of psychiater om een uitkering van ons te krijgen. Dit noemen wij het vooronderstellen van ernstig letsel.

    • 3. Het geweldsmisdrijf vond plaats in Nederland

      Het geweldsmisdrijf moet in Nederland zijn gebeurd. Ook als het geweldsmisdrijf aan boord van een Nederlands schip of vliegtuig plaatsvond, kunt u bij ons terecht. Daarnaast is het sinds april 2019 mogelijk om voor geweldsmisdrijven in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) een aanvraag in te dienen. Woont u niet in Nederland, maar bent u hier wel slachtoffer geworden van geweld? Ook dan kunt u een aanvraag bij ons indienen.

      Bent u slachtoffer geworden van geweld op of na 1 januari 2006 in één van de EU-landen?
      Dan kunt u via het Schadefonds een aanvraag indienen voor een uitkering uit het schadefonds van het land waar u slachtoffer werd. Wij zorgen voor vertaling en sturen de aanvraag door aan de instantie in dat land. Op de beslissing over een uitkering hebben wij geen invloed. Ieder land heeft namelijk zijn eigen regels en procedures.

      Deze EU-landen hebben een schadefonds: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden.

    • 4. U heeft geen eigen aandeel in het geweldsmisdrijf

      Wij kijken naar uw eigen rol in wat er is gebeurd. Voorbeelden zijn:

      • als u als eerste geweld heeft gebruikt
      • als u de ander heeft uitgedaagd
      • als u zich bezighoudt met criminele activiteiten (zoals de handel in drugs)

      Als u een aandeel heeft in het geweldsmisdrijf, krijgt u mogelijk geen of een lagere uitkering.

    • 5. De schade wordt niet op een andere manier vergoed

      U krijgt alleen een uitkering van ons als de schade niet is vergoed door de dader of een verzekeringsmaatschappij.

      U kunt wel bij ons terecht als u nog niet weet of u geld van anderen gaat ontvangen. Als u uiteindelijk toch geld krijgt van de dader of de verzekeringsmaatschappij, kan het zijn dat u de uitkering van het Schadefonds moet terugbetalen. Het Schadefonds kan ook bij haar beslissing al rekening houden met de vergoeding die de dader u moet betalen. Dan hoeft u onze uitkering niet achteraf terug te betalen.

    • 6. U dient de aanvraag binnen tien jaar in

      Uw aanvraag moet binnen tien jaar na het geweldsmisdrijf bij ons binnen zijn. Aanvragen die later worden ingediend, kunnen wij alleen behandelen wanneer u hier een goede reden voor opgeeft. Het is nooit mogelijk om een aanvraag in te dienen voor een geweldsmisdrijf dat voor 1 januari 1973 heeft plaatsgevonden.

      Let op: Hoe langer het geleden is dat het misdrijf plaatsvond, hoe lastiger het is om gegevens van bijvoorbeeld de politie te achterhalen. Deze informatie hebben wij wel nodig voor de beoordeling van uw aanvraag. Daardoor is de kans aanwezig dat u bij een late aanvraag geen uitkering krijgt.

  • Vragen voor slachtoffers
  • Voorwaarden nabestaande
    • 1. U bent nabestaande

      U kunt als nabestaande een aanvraag indienen wanneer u echtgenoot, (geregistreerd) partner, ouder, kind, broer of zus bent van de overledene.

    • 2a. Het slachtoffer is overleden door een opzettelijk geweldsmisdrijf

      U kunt als nabestaande een aanvraag indienen wanneer het slachtoffer is overleden door een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Dit betekent dat er met opzet geweld is gebruikt, zoals moord en doodslag.

      Een ongeluk is geen opzettelijk geweldsmisdrijf. Een voorbeeld: iemand loopt in zijn of haar haast tegen het slachtoffer aan. Hierdoor valt hij of zij ongelukkig en overlijdt. Daarbij is er geen sprake van geweld of een misdrijf.

    • 2b. Het slachtoffer is overleden door een dood door schulddelict

      U kunt als nabestaande een aanvraag indienen wanneer het slachtoffer is overleden door een dood door schulddelict. Het Schadefonds geeft tegemoetkomingen voor twee soorten dood door schulddelicten:

      • dood door schuld in verkeerszaken
      • dood door schuld in algemene zin

      Bij schuld in verkeerszaken (zoals bedoeld in artikel 6 Wegenverkeerswet 1994) gaat het om het gedrag van de verdachte. Een enkele overtreding is vaak niet voldoende om te spreken van schuld. Bijvoorbeeld: als er geen voorrang is gegeven is dat vaak niet voldoende om te spreken van schuld. Wanneer de verdachte ook nog veel te hard reed en/of alcohol dronk, is er sneller sprake van dood door schuld.

      Let op: Overleed uw echtgenoot, (geregistreerd) partner, ouder of kind op of na 1 januari 2019 door schuld in het verkeer? Dan heeft u bijna altijd recht op een schadevergoeding van de verzekeringsmaatschappij van de veroorzaker of van het Waarborgfonds Motorverkeer. Het Schadefonds raadt dan aan de schade eerst te verhalen bij de verzekeringsmaatschappij of het Waarborgfonds.

      Bij schuld in algemene zin (zoals bedoeld in artikel 307 Wetboek van Strafrecht) gaat het om het gedrag van de verdachte en de gebeurtenis en de omstandigheden. Voorbeelden van schuld in algemene zin kunnen zijn:

      • een koolstofmonoxidevergiftiging
      • ongelukken met vuurwapens
      • medische fouten

      Echte ongelukken zijn niet voldoende om te spreken van dood door schuld. Bij dood door schuld moet het gaan om onvoorzichtig gedrag: de verdachte kon weten dat er iets fout zou kunnen gaan, maar ging er toch mee door.

    • 3. Het geweldsmisdrijf of het dood door schulddelict vond plaats in Nederland

      Het geweldsmisdrijf of dood door schulddelict moet in Nederland zijn gebeurd. Ook als het aan boord van een Nederlands schip of vliegtuig plaatsvond, kunt u bij ons terecht. Daarnaast is het sinds april 2019 mogelijk om voor geweldsmisdrijven en dood door schulddelicten in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) een aanvraag in te dienen. Woonde het slachtoffer niet in Nederland, maar is hij of zij hier wel door het geweldsmisdrijf of dood door schulddelict overleden? Ook dan kunt u een aanvraag bij ons indienen.

      Bent u nabestaande van een slachtoffer dat is omgekomen door een misdrijf op of na 1 januari 2006 in één van de EU-landen?
      Dan kunt u via het Schadefonds een aanvraag indienen voor een uitkering uit het schadefonds van het land waar het misdrijf plaatsvond.

      Wij zorgen voor vertaling en sturen de aanvraag door aan de instantie in dat land. Op de beslissing over een uitkering hebben wij geen invloed. Ieder land heeft namelijk zijn eigen regels en procedures.

      Deze EU-landen hebben een schadefonds: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden.

    • 4. U of het slachtoffer had geen eigen aandeel in het geweldsmisdrijf

      U kunt alleen een tegemoetkoming van ons krijgen als u of het slachtoffer niet schuldig was aan het misdrijf. Wij kijken namelijk ook naar uw rol en de rol van het slachtoffer bij wat er gebeurd is. Als u of het slachtoffer een aandeel had in het geweldsmisdrijf is het mogelijk dat u geen uitkering krijgt. Voorbeelden zijn:

      • als u of het slachtoffer als eerste geweld heeft gebruikt
      • als u en/of het slachtoffer zich bezighield met criminele activiteiten (zoals de handel in drugs)
    • 5. De schade wordt niet op andere manier vergoed

      U krijgt alleen een uitkering van ons als de schade niet is vergoed door de dader of een verzekeringsmaatschappij. U kunt wel bij ons terecht als u nog niet weet of u geld van anderen gaat ontvangen.

      Als u uiteindelijk toch geld krijgt van de dader of de verzekeringsmaatschappij, kan het zijn dat u de uitkering van het Schadefonds moet terugbetalen. Het Schadefonds kan ook bij haar beslissing al rekening houden met de vergoeding die de dader of verzekeringsmaatschappij u moet betalen. Dan hoeft u onze uitkering niet achteraf terug te betalen.

    • 6. U dient de aanvraag binnen tien jaar in

      Uw aanvraag moet binnen tien jaar na het overlijden van het slachtoffer bij ons binnen zijn. Aanvragen die later worden ingediend, kunnen wij alleen behandelen wanneer u hier een goede reden voor opgeeft. Het is nooit mogelijk om een aanvraag in te dienen voor een geweldsmisdrijf dat voor 1 januari 1973 heeft plaatsgevonden.

      Let op: Hoe langer het geleden is dat het misdrijf plaatsvond, hoe lastiger het is om gegevens van bijvoorbeeld de politie te achterhalen. Deze informatie hebben wij wel nodig voor de beoordeling van uw aanvraag. Daardoor is de kans aanwezig dat u bij een late aanvraag geen tegemoetkoming krijgt.

  • Vragen voor nabestaanden
  • Voorwaarden naasten
    • 1. U bent naaste

      U kunt als naaste een aanvraag indienen wanneer u echtgenoot, (geregistreerd) partner, ouder, kind, broer of zus bent van het slachtoffer.

    • 2. Er is sprake van een opzettelijk geweldsmisdrijf

      Uw naaste is slachtoffer van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Dit betekent dat er met opzet geweld tegen het slachtoffer is gebruikt of hiermee is gedreigd. Denkt u hierbij aan:

      • poging tot moord/doodslag
      • lichamelijke mishandeling
      • bedreiging met geweld en/of een wapen

      Ongelukken vallen hier dus niet onder.

    • 3. Er is sprake van ernstig en blijvend letsel door het geweldsmisdrijf

      Dit kan lichamelijk en/of geestelijk (psychisch) letsel zijn. Wij vinden iets ernstig en blijvend letsel als het slachtoffer voor minstens 70% lichamelijk niet meer kan functioneren. Ook psychisch letsel kan ernstig en blijvend zijn.

      Blijvend letsel betekent dat er geen vooruitzicht is dat het letsel (of de gevolgen ervan) na verloop van tijd vermindert. De ommezwaai in het leven van het slachtoffer is van groot belang voor onze beoordeling. Het gaat er dan ook om dat het slachtoffer een lange tijd op indringende wijze last heeft van de gevolgen van het geweldsmisdrijf.

      Enkele voorbeelden hiervan zijn:

      • verlies van zicht (gehele blindheid)
      • verlamming (hoge dwarslaesie)
      • verlies van beide armen
      • hersenletsel met ernstige karakter- en gedragsveranderingen
      • derdegraadsbrandwonden over grote delen van het lichaam
      • lichamelijk of psychisch letsel waardoor het slachtoffer niet meer voor zichzelf kan zorgen
    • 4. Het geweldsmisdrijf vond plaats in Nederland

      Het geweldsmisdrijf moet in Nederland zijn gebeurd. Ook als het geweldsmisdrijf aan boord van een Nederlands schip of vliegtuig plaatsvond, kunt u bij ons terecht. Daarnaast is het sinds april 2019 mogelijk om voor geweldsmisdrijven in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) een aanvraag in te dienen. Woont u niet in Nederland, maar werd uw naaste hier wel slachtoffer van geweld? Ook dan kunt u een aanvraag bij ons indienen.

    • 5. U of het slachtoffer had geen eigen aandeel in het geweldsmisdrijf

      U kunt alleen een eenmalige uitkering van ons krijgen als u of het slachtoffer niet schuldig was aan het misdrijf. Wij kijken namelijk ook naar uw rol en de rol van het slachtoffer bij wat er gebeurd is. Als u of het slachtoffer een aandeel had in het geweldsmisdrijf is het mogelijk dat u geen uitkering krijgt.

      Voorbeelden zijn:

      • als u of het slachtoffer als eerste geweld heeft gebruikt
      • als u en/of het slachtoffer zich bezighield met criminele activiteiten (zoals drugshandel)
    • 6. De schade wordt niet op een andere manier vergoed

      U krijgt alleen een uitkering van ons als de schade niet is vergoed door de dader of een verzekeringsmaatschappij. U kunt wel bij ons terecht als u nog niet weet of u geld van anderen gaat ontvangen.

      Als u uiteindelijk toch geld krijgt van de dader of de verzekeringsmaatschappij, kan het zijn dat u de uitkering van het Schadefonds moet terugbetalen. Het Schadefonds kan ook bij haar beslissing al rekening houden met de vergoeding die de dader u moet betalen. Dan hoeft u onze uitkering niet achteraf terug te betalen.

    • 7. Het geweldsmisdrijf vond plaats op of na 1 januari 2019

      U kunt als naaste alleen een uitkering aanvragen als het geweldsmisdrijf op of na 1 januari 2019 is gebeurd.

    • Wat is het verschil tussen de tegemoetkoming voor getuigen en de tegemoetkoming voor naasten?

      De tegemoetkoming voor naasten wordt gegeven voor het leed dat men ondervindt doordat een naaste ernstig gewond raakt. Een geweldsmisdrijf is niet alleen aangrijpend voor het slachtoffer zelf, het wijzigt ook het leven van diens naaste. Het letsel van het eigenlijke slachtoffer staat centraal. Is het letsel van het slachtoffer ernstig en blijvend? Dan heeft de naaste recht op een vast bedrag van € 5.000.

      Dat is bij een getuige anders: die is zelf slachtoffer. De getuige loopt namelijk zelf psychische problemen op door het meemaken van (de directe gevolgen van) een geweldsmisdrijf. Bij de tegemoetkoming voor de getuige wordt dan ook het eigen letsel beoordeeld en is de hoogte van de tegemoetkoming afhankelijk van de ernst van dit letsel. Ook hoeft de getuige het slachtoffer niet persoonlijk te kennen.

    • Hoe hoog is de tegemoetkoming voor naasten?

      De tegemoetkoming voor naasten is een vast bedrag van € 5.000 (letselcategorie 3).

    • Moet bij een naastenaanvraag het slachtoffer ook een aanvraag indienen?

      Hoewel wij slachtoffers adviseren dit wel te doen, is het indienen van een eigen aanvraag niet verplicht. Het voordeel van een eigen aanvraag is dat wij de ernst van het letsel beter kunnen onderzoeken.

    • Kan ik ook een naastenaanvraag indienen als het slachtoffer ernstig en blijvend letsel heeft opgelopen door een schulddelict?

      Nee, dit is niet mogelijk. De tegemoetkoming voor naasten kan alleen gegeven worden in het geval van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.