Adres

Schadefonds Geweldsmisdrijven
Kneuterdijk 1
2514 EM Den Haag

070 - 414 20 00
070 - 414 20 01

Het Schadefonds beschikt niet over een eigen parkeergelegenheid. Parkeren kan in Parkeergarage Noordeinde of Interparking Museumkwartier.

Vraag of opmerking? Vul onderstaand formulier in

* = verplicht veld

Contact

  • DD slash MM slash JJJJ

Veelgestelde vragen

Filter onderwerp

  • Selecteer een onderwerp
  • Alle vragen
  • Schadefonds
  • Slachtoffer
  • Nabestaanden
  • Naasten
  • Schadefonds
  • Vragen over de aanvraag
  • Vragen Subsidieregeling overvallen
  • Vragen bijstand
  • Vragen regeling slachtoffers jeugdzorg
    • Wat moet ik meesturen bij mijn aanvraag voor geweld in jeugdzorg?

      Om te bepalen of u onder verantwoordelijkheid van de overheid was geplaatst hebben wij informatie nodig waar dit uit blijkt. Dat kan zijn:

      Voor een pleeggezin

      • Uitspraak van de rechter of voogdijregisterkaart waaruit blijkt dat er een ondertoezichtstelling, uithuisplaatsing of ontzetting uit de ouderlijke macht is uitgesproken; of
      • Pleegcontract; of
      • Stukken uit het dossier van jeugdzorg over de plaatsing in het pleeggezin.

      Voor een instelling

      • Uitspraak van de rechter of voogdijregisterkaart waaruit blijkt dat er een ondertoezichtstelling, uithuisplaatsing of ontzetting uit de ouderlijke macht is uitgesproken; of
      • Stukken uit het dossier van jeugdzorg over de plaatsing in de instelling; of
      • Verklaring van verblijf van de instelling; of
      • Foto’s; of
      • Een GBA-uittreksel of persoonskaart waaruit inschrijving op het adres van de instelling blijkt; of
      • Een brief geadresseerd aan aanvrager met het adres van de instelling.

      Als u de aanvraag per post indient, hebben wij ook het volgende nodig:

      • Een kopie van uw identiteitsbewijs
      • Een kopie van uw bankpas

      Dient u de aanvraag in als nabestaande? En zijn er naast u nog andere nabestaanden? Dan hebben wij ook een volmacht nodig.

    • Mag iemand namens mij een aanvraag indienen?

      Ja. U mag iedereen (bijvoorbeeld een familielid, vriend of advocaat) machtigen om de aanvraag in te dienen. Maar u mag de aanvraag ook zelf indienen.

    • Wat doet het Schadefonds met gegevens uit mijn aanvraag voor geweld in de jeugdzorg?

      Daar gaan wij zeer zorgvuldig mee om. Bekijk voor meer informatie ons privacystatement.

      Mogelijk helpt uw aanvraag om het verhaal van een ander slachtoffer te bevestigen. Op het aanvraagformulier geeft u zelf aan of wij uw gegevens hiervoor mogen gebruiken.

    • Neemt het Schadefonds contact op met de instelling, het pleeggezin of daders?

      Het Schadefonds neemt geen contact op met daders. Mogelijk nemen wij wel contact op met de (rechtsopvolger van de) instelling waar u verbleef. Dit doen we alleen met uw toestemming en wanneer u zelf niet kunt aantonen dat u daar bent geplaatst. Uw verhaal wordt niet voorgelegd aan de instelling. Het Schadefonds gaat alleen na of u daar in de genoemde periode verbleef.

    • Ik ontvang een uitkering of toeslag. Heeft een tegemoetkoming voor het geweld in de jeugdzorg hier invloed op?

      Moet ik de tegemoetkoming voor het geweld in de jeugdzorg melden in mijn belastingaangifte?
      Nee, u hoeft de tegemoetkoming die u van het Schadefonds krijgt niet op te geven bij de Belastingdienst. De tegemoetkoming is in principe belastingvrij. Dit wordt namelijk niet als inkomsten gezien.

      Bijstandsuitkering en toeslagen
      De tegemoetkoming heeft geen invloed op een bijstandsuitkering en toeslagen. Overschrijdt u door de tegemoetkoming de vermogensgrens van uw toeslag? Dan is het wel belangrijk dat u zelf aan de Belastingdienst meldt dat u het bedrag van € 5.000 heeft gekregen vanuit deze regeling. Dit doet u met het formulier Verzoek Bijzonder vermogen toeslagen.

      Overschrijding van de vermogensgrens
      Per toeslag geldt een andere vermogensgrens. Voor de huurtoeslag is de vermogensgrens op dit moment € 31.340 zonder toeslagpartner en € 62.680 samen met een toeslagpartner. Verwacht u dat u door de tegemoetkoming de vermogensgrens passeert? Vul dan het formulier Verzoek Bijzonder vermogen toeslagen in op de website van de Belastingdienst. Dit kan tot vijf jaar na het berekeningsjaar. Voor overige toeslagen, zoals zorgtoeslag en kindgebonden budget, ligt de vermogensgrens veel hoger (voor veel gezinnen met en zonder toeslagpartner boven de € 100.000). De kans dat de tegemoetkoming bij deze toeslagen problemen geeft voor de vermogenstoets, is erg klein.

      Aanwijzingen voor het formulier Verzoek bijzonder vermogen toeslagen

      • Vul bij vraag 3c het bedrag van € 5.000 in.
      • Meld bij vraag 3d dat het gaat om een tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg door het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
      • Stuur met het formulier een kopie mee van de beslissing van het Schadefonds.

      Als de vermogensuitzondering eenmaal is toegekend, hoeft u deze in de jaren daarna niet opnieuw aan te vragen. Ook in alle volgende jaren wordt dit deel van uw vermogen buiten de vermogenstoets gelaten.

      Wajong- en WIA-uitkeringen
      Voor zowel Wajong- als WIA-uitkeringen geldt dat deze nooit worden verrekend met de tegemoetkoming van het Schadefonds.

      Schuldsanering en schuldhulpverlening
      Voor de schuldsanering en schuldhulpverlening ligt dit anders. Het kan zijn dat de tegemoetkoming gebruikt wordt om (een deel van) de schulden af te lossen. U kunt het geld dan niet vrij besteden, maar de tegemoetkoming helpt wel bij het oplossen van de financiële problemen. De gemeente of uw bewindvoerder beslist hierover.

      Rechtsbijstand
      Hoogte bijdrage in de kosten voor rechtsbijstand
      De Raad voor Rechtsbijstand kijkt naar uw inkomen en vermogen als er een aanvraag voor u wordt gedaan voor een bijdrage in de kosten van een mediator of advocaat. Uw inkomen en vermogen wordt hiervoor opgevraagd bij de Belastingdienst. De Belastingdienst geeft uw inkomen en vermogen van twee jaar geleden door aan de Raad. Omdat u de tegemoetkoming die u van het Schadefonds krijgt niet hoeft op te geven bij de Belastingdienst, wordt de tegemoetkoming niet meegenomen bij het bepalen van de hoogte van uw bijdrage voor rechtsbijstand.

      Uitzondering bij resultaatbeoordeling
      De opbrengst uit een zaak is het financiële resultaat. De Raad bepaalt na afloop van de zaak aan de hand van het financiële resultaat, wie de kosten van de mediator of advocaat moet betalen. Dit heet resultaatbeoordeling. Een tegemoetkoming bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt uitgezonderd van een resultaatbeoordeling. Het maakt hierbij niet uit of de tegemoetkoming is aangevraagd ten behoeve van het slachtoffer of van zijn of haar nabestaanden.

      Invloed tegemoetkoming op de vrijstelling gemeentelijke belastingen en/of heffingen
      De voorwaarden waaronder gemeenten vrijstelling kunnen geven van gemeentelijke belastingen en/of heffingen is gebonden aan richtlijnen van de Rijksoverheid. Gemeenten kunnen op bepaalde punten hun eigen invulling hieraan geven. Wat de regels zijn kunt u opvragen bij uw eigen gemeente.

      Komt u in aanmerking voor kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen en/of heffingen? Vraagt de gemeente u om deze brief op te sturen? Dan kunt u bij ons een aangepaste toekenningsbrief opvragen waar uw persoonlijke informatie onder ‘Uw aanvraag’ en de betalingsgegevens verwijderd zijn.

       

    • Waarom wordt het Schadefonds Geweldsmisdrijven ingeschakeld voor de tegemoetkoming aan slachtoffers van geweld in de jeugdzorg?

      Het Schadefonds Geweldsmisdrijven keert financiële tegemoetkomingen uit aan slachtoffers van opzettelijk gepleegde geweldsmisdrijven. Dit doen wij namens het ministerie van Justitie en Veiligheid. Door onze ruime ervaring met slachtoffers van geweld en het uitkeren van tegemoetkomingen, krijgen wij de opdracht om deze regeling uit te voeren. Het Schadefonds voerde eerder ook de regelingen uit voor slachtoffers van seksueel misbruik in jeugdinstellingen en pleeggezinnen.

    • Is de tegemoetkoming voor het geweld in de jeugdzorg een schadevergoeding?

      Nee. Het gaat om een financiële tegemoetkoming. Het is een gebaar van solidariteit namens de samenleving en wordt uit publiek geld betaald. De eenmalige uitkering heeft als doel het leed van de slachtoffers te erkennen. De financiële tegemoetkoming is een onderdeel van een breder pakket aan maatregelen: Infographic: Voortgang aanpak geweld in de jeugdzorg | Publicatie | Rijksoverheid.nl

    • Gaat het Schadefonds over de hoogte van het bedrag dat wordt uitgekeerd?

      Nee. De minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport maken samen de speciale regeling voor geweld in de jeugdzorg. Zij bepalen ook de hoogte van het bedrag. Het Schadefonds kijkt alleen of iemand in aanmerking komt: zo ja, dan keert het Schadefonds het vastgestelde bedrag uit.

    • Ik heb nu hulp nodig. Waar kan ik terecht?

      Neem contact op met Verbreek de Stilte, de hulplijn van Slachtofferhulp Nederland. Hier kunt u terecht voor emotionele, juridische en praktische ondersteuning. Verbreek de Stilte is telefonisch bereikbaar via 0900 – 9999 001, ook kunt u hun website www.blijvendvertellen.nl bezoeken.

      Op de website van Geweld in jeugdzorg info vindt u verschillende lotgenotenorganisaties die u ook kunnen helpen.

      Op de website van de Rijksoverheid vindt u ook informatie.

    • Kan ik zelfstandig, ook zonder advocaat, een aanvraag indienen?

      Ja, u kunt helemaal zelfstandig een aanvraag indienen. Maar u mag ook iemand anders (zoals een advocaat) machtigen om uw aanvraag in de dienen.

    • Vanaf wanneer kan ik een aanvraag indienen voor het geweld in de jeugdzorg?

      Dit kan vanaf 28 december 2020.

    • Hoe komt het Schadefonds aan gegevens om mijn aanvraag voor geweld in de jeugdzorg te beoordelen?

      Het Schadefonds gebruikt allereerst de gegevens die u zelf meestuurt met de aanvraag. Het kan zijn dat dit niet voldoende is om de aanvraag toe te wijzen. Dan kijkt het Schadefonds ook naar:

      • Gegevens van officiële instanties
        Voorbeelden zijn het archief van meldpunt van Commissie De Winter, het Nationaal Archief of archieven van de rechtspraak. Wij vragen alleen gegevens op wanneer u hier toestemming voor geeft via een toestemmingsformulier.
        Als u melding heeft gedaan bij het Meldpunt van Commissie De Winter, dan betekent dit niet dat u automatisch een uitkering krijgt. Wij kijken inhoudelijk naar uw aanvraag en de melding die u deed.
      • Gegevens uit ons eigen archief
        Hierbij gaat het om gegevens van andere slachtoffers, die van het Schadefonds een tegemoetkoming hebben gekregen. Mogelijk zorgt de informatie van een ander slachtoffer ervoor dat ook u een toekenning krijgt. U kunt hierbij denken aan broers en zussen of andere slachtoffers die in dezelfde instelling verbleven, waarbij het verhaal van de één over geweld of het gewelddadige regime ook geldt voor de andere aanvrager. Wij gebruiken deze gegevens alleen wanneer het andere slachtoffer hier toestemming voor geeft in het aanvraagformulier.
    • Welke instellingen vallen onder de regeling voor geweld in jeugdzorg?

      Onder de regeling vallen instellingen waar kinderen residentieel (overdag en ’s nachts) verbleven voor jeugdbescherming, jeugddetentie of jeugdhulpverlening.

      Voorbeelden van dit soort instellingen zijn:

      • een internaat;
      • een leef- en behandelgroep;
      • een instelling voor jeugddetentie (jeugdgevangenis);
      • een psychiatrische instelling;
      • een kloosterorde, zoals de Goede Herder;
      • een doven- en blindeninternaat.

      Let op:

      • De regeling geldt niet voor schippersinternaten en kostscholen.
      • De regeling geldt alleen voor instellingen in Europees Nederland. De regeling geldt niet voor instellingen in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba).
    • Welke opvangcentra vallen onder de regeling voor geweld in de jeugdzorg?

      Alleen de opvangcentra van alleenstaande, minderjarige vreemdelingen (amv-opvang) vallen onder de regeling. Daarbij gaat het om opvangcentra in Europees Nederland. De regeling geldt niet voor amv-opvang in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba).

    • Wat betekent plaatsing onder verantwoordelijkheid van de overheid?

      Dit betekent dat een kind in een pleeggezin, instelling of opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen moest verblijven vanwege een beslissing van:

      • de rechter,
      • de officier van justitie,
      • de burgemeester,
      • of de aangewezen (gezins)voogd of voogdij-instelling.

      Voor instellingen geldt dat niet alle kinderen hier geplaatst werden door de overheid. Sommige kinderen werden bijvoorbeeld geplaatst op verzoek van de ouders. In enkele gevallen verbleven ze daar samen met kinderen die daar gedwongen waren geplaatst. Op welke manier de plaatsing ook was, alle kinderen ondergingen hetzelfde regime. Daarom zou het onredelijk zijn als het ene kind wel en het andere de kind niet in aanmerking zou komen voor de regeling.

      Ook kinderen die destijds vrijwillig in een instelling hebben verbleven, kunnen een aanvraag doen voor de tijdelijke regeling slachtoffers jeugdzorg. Voorwaarde is wel dat er tijdens het verblijf andere kinderen in de instelling verbleven, die daar geplaatst waren door de overheid.

      Doorplaatsing door Z.M.O.K-scholen
      Wanneer een kind door een (speciale) onderwijsinstelling, zoals Z.M.O.K.-scholen, in een instelling of pleeggezin werd geplaatst, dan wordt dit volgens de tijdelijke regeling niet gezien als een plaatsing onder verantwoordelijkheid van de overheid. Z.M.O.K-scholen hadden/hebben geen bevoegdheid tot gedwongen plaatsing. Als een kind op advies van een dergelijke instantie is geplaatst, valt dit juridisch onder een vrijwillige plaatsing.

      Als er in de instelling ook andere minderjarigen verbleven die hier wél onder verantwoordelijkheid van de overheid zijn geplaatst, dan kan er een aanvraag ingediend worden.

    • Was ik minderjarig tijdens het geweld in de jeugdzorg?

      U was minderjarig wanneer u tijdens het geweld jonger dan 18 jaar was. Vond het geweld plaats vóór 1 januari 1988? Dan geldt dat u minderjarig was in de leeftijd tot 21 jaar.

    • Wat verstaat het Schadefonds onder bovenmatig geweld of ongeoorloofde dwangarbeid?

      De definitie van geweld is met de tijd veranderd. Zo wordt een tik op de vingers nu als onacceptabel gezien, maar was dit in de jaren ’50 een ‘normaal’ onderdeel van de opvoeding. De regeling slachtoffers jeugdzorg is daarom alleen bedoeld voor bovenmatig geweld. Dit wil zeggen dat het geweld, óók in de tijd waarin het gebeurde, niet acceptabel was. Of dat het geweld zeer vaak voorkwam.

      Daarbij zijn er vier vormen van geweld:

      • fysiek geweld (bijvoorbeeld slaan of steken);
      • seksueel geweld (bijvoorbeeld aanranding of verkrachting);
      • psychisch geweld (bijvoorbeeld vernedering of bedreiging);
      • dwangarbeid (verplicht werk moeten verrichten).

      Voor dwangarbeid geldt dat het moet gaan om ongeoorloofde dwangarbeid. Minderjarigen met een gevangenisstraf mogen namelijk verplicht worden om te werken. Het moet dan gaan om werk dat geschikt is voor jongeren, met als doel om de jongere iets te leren.

    • Valt een doven- en blindeninternaat ook onder regeling voor geweld in de jeugdzorg?

      Ja. Door het vroegere overheidsbeleid konden dove of blinde kinderen geen regulier onderwijs volgen. Zij konden hiervoor alleen terecht in een doven- of blindeninternaat. Daarom stellen wij het verblijf in een doven- en blindeninternaat gelijk met een plaatsing in een instelling onder verantwoordelijkheid van de overheid.

    • Waarom vallen schippersinternaten, kostscholen en bepaalde tehuizen niet onder de regeling voor geweld in de jeugdzorg?

      De regeling geldt alleen voor instellingen waar:

      • kinderen residentieel (overdag en ’s nachts) verbleven voor jeugdbescherming, jeugddetentie of jeugdhulpverlening,
      • en kinderen onder verantwoordelijkheid van de overheid geplaatst werden.

      Dit maakt dat tehuizen waar geen jeugdbescherming, jeugddetentie of jeugdhulpverlening werd geboden, buiten de regeling vallen. In schippersinternaten en kostscholen werd nooit jeugdbescherming, jeugddetentie of jeugdhulpverlening geboden. Ook werden kinderen hier niet onder de verantwoordelijkheid van de overheid geplaatst.

    • Waarom duurt de regeling twee jaar?

      Dit heeft de minister van Rechtsbescherming besloten, om slachtoffers voldoende tijd te geven voor de aanvraag.

    • Waarom moet het gaan om geweld ná 5 mei 1945? Daarvoor vond toch ook geweld in de jeugdzorg plaats?

      De regeling volgt uit het onderzoek van Commissie De Winter. Deze commissie heeft onderzoek gedaan naar de periode 1945-2019. Hier sluit de regeling bij aan. Daarnaast was de Nederlandse overheid gedurende de oorlogsperiode niet verantwoordelijk. Ook eerdere regelingen golden daarom vanaf 1945.

      Begon het geweld vóór 1945, en was er ook na 1945 nog sprake van geweld? Dan raden wij u aan om wel een aanvraag te doen.

    • Wat is een gevolmachtigde?

      Een gevolmachtigde kan namens andere personen handelen. Hij of zij kan met een document (de volmacht) aantonen dat dit zo is afgesproken.

      Wilt u als nabestaande een aanvraag doen voor de tijdelijke regeling slachtoffers jeugdzorg? En zijn er naast u meerdere nabestaanden? Dan hebben wij een kopie van uw volmacht nodig. U kunt de volmacht regelen bij een notaris, maar u kunt ook samen met de andere nabestaanden zelf een volmacht maken.

    • Ik ben nabestaande van een slachtoffer van geweld in de jeugdzorg. Kan ik een aanvraag indienen?

      Dit kan alleen wanneer uw naaste is overleden in de periode tussen de aankondiging van de regeling (21 februari 2020) en de start van de regeling (1 januari 2021). In dat geval ontvangt de gevolmachtigde nabestaande de tegemoetkoming. U vraagt de tegemoetkoming aan via de pagina Aanvraag indienen.

      Heeft uw naaste een aanvraag voor deze regeling ingediend, maar overlijdt hij of zij tijdens de behandeling van de aanvraag? Ook dan ontvangt, bij een positieve beslissing, de gevolmachtigde nabestaande het geld.

    • Ik heb eerder een financiële tegemoetkoming gekregen van het Schadefonds. Kan ik daarnaast ook een aanvraag indienen voor de regeling voor slachtoffers van jeugdzorg?

      Dat kan inderdaad. Houd er rekening mee dat, als het om dezelfde situatie gaat, u niet twee keer een tegemoetkoming kunt krijgen. De twee tegemoetkomingen worden dan met elkaar verrekend.

    • Hoe kan ik een aanvraag indienen voor de tijdelijke regeling slachtoffers jeugdzorg?

      Dat kan online (met DigiD) of per post. Voor beide opties vindt u het formulier op de pagina Tijdelijke regeling slachtoffers jeugdzorg. Of neem contact met ons op, dan sturen wij u een formulier toe.

    • Kan ik anoniem een aanvraag indienen voor geweld in de jeugdzorg?

      Nee, dit is niet mogelijk. Wij moeten zeker weten dat we het bedrag aan de juiste persoon toekennen en overmaken. Daarbij gaan wij zeer zorgvuldig met uw persoonlijke gegevens om. Bekijk voor meer informatie ons privacystatement.

    • Ik heb hulp nodig bij de aanvraag. Wie kan mij helpen?

      U kunt terecht bij Slachtofferhulp Nederland. U bereikt Slachtofferhulp via telefoonnummer 0900 – 0101 of https://www.slachtofferhulp.nl/contact. Vermeld daarbij dat het gaat om een aanvraag voor de tijdelijke regeling slachtoffers jeugdzorg.

    • Het geweld in de jeugdzorg heeft bij mij gezorgd voor ernstig letsel. Krijg ik daarom een hogere tegemoetkoming?

      Nee, de tegemoetkoming is een vast bedrag. Dit is besloten in samenspraak met slachtoffers. Op deze manier wordt ieder slachtoffer gelijk behandeld. Daarnaast vond het geweld vaak lange tijd geleden plaats. Dat maakt het voor veel slachtoffers lastig om de ernst van het letsel aan te tonen.

    • Mijn kind is slachtoffer van geweld in de jeugdzorg. Kan ik als ouder ook een tegemoetkoming krijgen?

      Nee, als ouder of ander familielid kunt u geen tegemoetkoming krijgen. De regeling is alleen bedoeld voor:

      • slachtoffers van geweld in de jeugdzorg;
      • nabestaanden van deze slachtoffers.

      Wilt u uw kind graag helpen bij zijn of haar aanvraag? Dat kan natuurlijk wel. Bekijk hiervoor Mag iemand namens mij een aanvraag indienen?.

    • Is het veilig om in het digitale formulier een bewijs van mijn plaatsing in de jeugdzorg te uploaden?

      Ja. Het digitale formulier is goed beveiligd. Wanneer u in de adresbalk op het slotje klikt, leest u meer informatie over de beveiliging.

      Stuurt u ons het bewijs toch liever op een andere manier? Kies dan voor een aanvraag per post.

    • Ik heb mijn aanvraag al ingediend, maar wil nog iets veranderen. Hoe doe ik dat?

      U kunt de wijziging het best aan ons doorgeven via het Schadefondsportaal.

      Of geef de wijziging aan ons door per e-mail. Vermeld hierbij het kenmerknummer van uw aanvraag. Dit kenmerknummer staat in de ontvangstbevestiging. U krijgt de ontvangstbevestiging binnen twee weken na uw aanvraag.

    • Moet ik de tegemoetkoming voor het geweld in de jeugdzorg melden in mijn belastingaangifte?

      Nee, dit is niet nodig.

      Ontvangt u een of meerdere toeslagen? Mogelijk moet u de tegemoetkoming wel melden bij de Belastingdienst. Dit doet u niet via de belastingaangifte, maar via een verzoek bijzonder vermogen.

    • Krijg ik een uitkering als ik een melding heb gedaan bij het Meldpunt van Commissie De Winter?

      Als u melding heeft gedaan bij het Meldpunt van Commissie De Winter, dan betekent dit niet dat u automatisch een tegemoetkoming krijgt. Wij kijken inhoudelijk naar uw aanvraag en de melding die u deed.

    • Kom ik in aanmerking als in de instelling waar ik verbleef civiel- en strafrechtelijk geplaatste kinderen samen verbleven?

      De regeling is bedoeld voor slachtoffers van bovenmatig geweld en dwangarbeid in de jeugdzorg. Het enkele feit dat deze kinderen samen in een instelling hebben verbleven, betekent niet dat daar sprake van is. Per individuele aanvraag zal worden getoetst of er ten aanzien van de aanvrager sprake is geweest van bovenmatig geweld of dwangarbeid. Het gaat er namelijk om wat u is overkomen.

    • Waarom kan het Schadefonds niet alle aanvragen binnen de termijn van 26 weken beslissen?

      Het aantal aanvragen dat wij ontvangen is veel hoger dan verwacht. In maart is het team dat de aanvragen behandelt uitgebreid. In augustus komen er nog meer medewerkers bij. Begin dit jaar zijn er heel veel aanvragen ingediend. Helaas kunnen we een deel van deze aanvragen niet binnen de termijn van 26 weken beslissen. Als dat bij u het geval is nemen we één week voor afloop van de termijn contact met u op om dit te bespreken. Wij vragen uw begrip hiervoor. U hoeft ons niet te bellen over de status van uw aanvraag, wij nemen contact met u op.

  • Vragen voor slachtoffers
  • Vragen voor nabestaanden
  • Vragen voor professionals
  • Voorwaarden slachtoffer
    • 1. U bent slachtoffer van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf

      Het moet gaan om een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Dit betekent dat er met opzet geweld tegen u is gebruikt of hiermee is gedreigd. Denkt u hierbij aan:

      • lichamelijke mishandeling
      • diefstal met geweld
      • bedreiging met geweld en/of een wapen
      • verkrachting

      Ongelukken vallen hier niet onder. Een voorbeeld: iemand loopt in zijn of haar haast tegen u aan. Hierdoor valt u en breekt u een been. Dan is dat een ongeluk, geen opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.

    • 2. U heeft of had ernstig letsel door het geweldsmisdrijf

      Het Schadefonds is er voor slachtoffers met ernstig letsel. Dit kan lichamelijk of geestelijk (psychisch) letsel zijn. Wij vinden iets ernstig letsel als u meerdere keren medisch werd behandeld, het herstel lange tijd duurt of als herstel niet mogelijk is. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

      • een gebroken been of arm waarbij operatie nodig was
      • het verlies van een oog
      • een posttraumatische stressstoornis

      Wij hebben medische stukken nodig over uw lichamelijke of psychische problemen. Voor psychische problemen kijken wij of u in behandeling bent bij een behandelaar die voor het stellen van de diagnose een BIG-registratie of NIP-dienstmerk met Basisaantekening Psychodiagnostiek (BAPD) heeft. Dit kunt u navragen bij uw behandelaar of bekijken op www.bigregister.nl of www.psynip.nl. Bij kinderen is het ook voldoende als zij in behandeling zijn bij een orthopedagoog met NVO-registratie met Basisaantekening Diagnostiek (BAD).

      Bij sommige geweldsmisdrijven gaat het Schadefonds er altijd van uit dat u ernstig geestelijk letsel heeft: bijvoorbeeld bij aanranding of verkrachting, stelselmatig huiselijk geweld en bedreigingen met een mes of vuurwapen. In deze gevallen hoeft u dus niet in behandeling te zijn bij een psycholoog of psychiater om een uitkering van ons te krijgen. Dit noemen wij het vooronderstellen van ernstig letsel.

    • 3. Het geweldsmisdrijf vond plaats in Nederland

      Het geweldsmisdrijf moet in Nederland zijn gebeurd. Ook als het geweldsmisdrijf aan boord van een Nederlands schip of vliegtuig plaatsvond, kunt u bij ons terecht. Daarnaast is het sinds april 2019 mogelijk om voor geweldsmisdrijven in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) een aanvraag in te dienen. Woont u niet in Nederland, maar bent u hier wel slachtoffer geworden van geweld? Ook dan kunt u een aanvraag bij ons indienen.

      Bent u slachtoffer geworden van geweld op of na 1 januari 2006 in één van de EU-landen?
      Dan kunt u via het Schadefonds een aanvraag indienen voor een uitkering uit het schadefonds van het land waar u slachtoffer werd. Wij zorgen voor vertaling en sturen de aanvraag door aan de instantie in dat land. Op de beslissing over een uitkering hebben wij geen invloed. Ieder land heeft namelijk zijn eigen regels en procedures.

      Deze EU-landen hebben een schadefonds: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden.

    • 4. U heeft geen eigen aandeel in het geweldsmisdrijf

      Wij kijken naar uw eigen rol in wat er is gebeurd. Voorbeelden zijn:

      • als u als eerste geweld heeft gebruikt
      • als u de ander heeft uitgedaagd
      • als u zich bezighoudt met criminele activiteiten (zoals de handel in drugs)

      Als u een aandeel heeft in het geweldsmisdrijf, krijgt u mogelijk geen of een lagere uitkering.

    • 5. De schade wordt niet op een andere manier vergoed

      U krijgt alleen een uitkering van ons als de schade niet is vergoed door de dader of een verzekeringsmaatschappij.

      U kunt wel bij ons terecht als u nog niet weet of u geld van anderen gaat ontvangen. Als u uiteindelijk toch geld krijgt van de dader of de verzekeringsmaatschappij, kan het zijn dat u de uitkering van het Schadefonds moet terugbetalen. Het Schadefonds kan ook bij haar beslissing al rekening houden met de vergoeding die de dader u moet betalen. Dan hoeft u onze uitkering niet achteraf terug te betalen.

    • 6. U dient de aanvraag binnen tien jaar in

      Uw aanvraag moet binnen tien jaar na het geweldsmisdrijf bij ons binnen zijn. Aanvragen die later worden ingediend, kunnen wij alleen behandelen wanneer u hier een goede reden voor opgeeft. Het is nooit mogelijk om een aanvraag in te dienen voor een geweldsmisdrijf dat voor 1 januari 1973 heeft plaatsgevonden.

      Let op: Hoe langer het geleden is dat het misdrijf plaatsvond, hoe lastiger het is om gegevens van bijvoorbeeld de politie te achterhalen. Deze informatie hebben wij wel nodig voor de beoordeling van uw aanvraag. Daardoor is de kans aanwezig dat u bij een late aanvraag geen uitkering krijgt.

  • Voorwaarden nabestaande
    • 1. U bent nabestaande

      U kunt als nabestaande een aanvraag indienen wanneer u echtgenoot, (geregistreerd) partner, ouder, kind, broer of zus bent van de overledene.

    • 2a. Het slachtoffer is overleden door een opzettelijk geweldsmisdrijf

      U kunt als nabestaande een aanvraag indienen wanneer het slachtoffer is overleden door een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Dit betekent dat er met opzet geweld is gebruikt, zoals moord en doodslag.

      Een ongeluk is geen opzettelijk geweldsmisdrijf. Een voorbeeld: iemand loopt in zijn of haar haast tegen het slachtoffer aan. Hierdoor valt hij of zij ongelukkig en overlijdt. Daarbij is er geen sprake van geweld of een misdrijf.

    • 2b. Het slachtoffer is overleden door een dood door schulddelict

      U kunt als nabestaande een aanvraag indienen wanneer het slachtoffer is overleden door een dood door schulddelict. Het Schadefonds geeft tegemoetkomingen voor twee soorten dood door schulddelicten:

      • dood door schuld in verkeerszaken
      • dood door schuld in algemene zin

      Bij schuld in verkeerszaken (zoals bedoeld in artikel 6 Wegenverkeerswet 1994) gaat het om het gedrag van de verdachte. Een enkele overtreding is vaak niet voldoende om te spreken van schuld. Bijvoorbeeld: als er geen voorrang is gegeven is dat vaak niet voldoende om te spreken van schuld. Wanneer de verdachte ook nog veel te hard reed en/of alcohol dronk, is er sneller sprake van dood door schuld.

      Let op: Overleed uw echtgenoot, (geregistreerd) partner, ouder of kind op of na 1 januari 2019 door schuld in het verkeer? Dan heeft u bijna altijd recht op een schadevergoeding van de verzekeringsmaatschappij van de veroorzaker of van het Waarborgfonds Motorverkeer. Het Schadefonds raadt dan aan de schade eerst te verhalen bij de verzekeringsmaatschappij of het Waarborgfonds.

      Bij schuld in algemene zin (zoals bedoeld in artikel 307 Wetboek van Strafrecht) gaat het om het gedrag van de verdachte en de gebeurtenis en de omstandigheden. Voorbeelden van schuld in algemene zin kunnen zijn:

      • een koolstofmonoxidevergiftiging
      • ongelukken met vuurwapens
      • medische fouten

      Echte ongelukken zijn niet voldoende om te spreken van dood door schuld. Bij dood door schuld moet het gaan om onvoorzichtig gedrag: de verdachte kon weten dat er iets fout zou kunnen gaan, maar ging er toch mee door.

    • 3. Het geweldsmisdrijf of het dood door schulddelict vond plaats in Nederland

      Het geweldsmisdrijf of dood door schulddelict moet in Nederland zijn gebeurd. Ook als het aan boord van een Nederlands schip of vliegtuig plaatsvond, kunt u bij ons terecht. Daarnaast is het sinds april 2019 mogelijk om voor geweldsmisdrijven en dood door schulddelicten in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) een aanvraag in te dienen. Woonde het slachtoffer niet in Nederland, maar is hij of zij hier wel door het geweldsmisdrijf of dood door schulddelict overleden? Ook dan kunt u een aanvraag bij ons indienen.

      Bent u nabestaande van een slachtoffer dat is omgekomen door een misdrijf op of na 1 januari 2006 in één van de EU-landen?
      Dan kunt u via het Schadefonds een aanvraag indienen voor een uitkering uit het schadefonds van het land waar het misdrijf plaatsvond.

      Wij zorgen voor vertaling en sturen de aanvraag door aan de instantie in dat land. Op de beslissing over een uitkering hebben wij geen invloed. Ieder land heeft namelijk zijn eigen regels en procedures.

      Deze EU-landen hebben een schadefonds: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden.

    • 4. U of het slachtoffer had geen eigen aandeel in het geweldsmisdrijf

      U kunt alleen een tegemoetkoming van ons krijgen als u of het slachtoffer niet schuldig was aan het misdrijf. Wij kijken namelijk ook naar uw rol en de rol van het slachtoffer bij wat er gebeurd is. Als u of het slachtoffer een aandeel had in het geweldsmisdrijf is het mogelijk dat u geen uitkering krijgt. Voorbeelden zijn:

      • als u of het slachtoffer als eerste geweld heeft gebruikt
      • als u en/of het slachtoffer zich bezighield met criminele activiteiten (zoals de handel in drugs)
    • 5. De schade wordt niet op andere manier vergoed

      U krijgt alleen een uitkering van ons als de schade niet is vergoed door de dader of een verzekeringsmaatschappij. U kunt wel bij ons terecht als u nog niet weet of u geld van anderen gaat ontvangen.

      Als u uiteindelijk toch geld krijgt van de dader of de verzekeringsmaatschappij, kan het zijn dat u de uitkering van het Schadefonds moet terugbetalen. Het Schadefonds kan ook bij haar beslissing al rekening houden met de vergoeding die de dader of verzekeringsmaatschappij u moet betalen. Dan hoeft u onze uitkering niet achteraf terug te betalen.

    • 6. U dient de aanvraag binnen tien jaar in

      Uw aanvraag moet binnen tien jaar na het overlijden van het slachtoffer bij ons binnen zijn. Aanvragen die later worden ingediend, kunnen wij alleen behandelen wanneer u hier een goede reden voor opgeeft. Het is nooit mogelijk om een aanvraag in te dienen voor een geweldsmisdrijf dat voor 1 januari 1973 heeft plaatsgevonden.

      Let op: Hoe langer het geleden is dat het misdrijf plaatsvond, hoe lastiger het is om gegevens van bijvoorbeeld de politie te achterhalen. Deze informatie hebben wij wel nodig voor de beoordeling van uw aanvraag. Daardoor is de kans aanwezig dat u bij een late aanvraag geen tegemoetkoming krijgt.

  • Voorwaarden naaste
    • 1. U bent naaste

      U kunt als naaste een aanvraag indienen wanneer u echtgenoot, (geregistreerd) partner, ouder, kind, broer of zus bent van het slachtoffer.

    • 2. Er is sprake van een opzettelijk geweldsmisdrijf

      Uw naaste is slachtoffer van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Dit betekent dat er met opzet geweld tegen het slachtoffer is gebruikt of hiermee is gedreigd. Denkt u hierbij aan:

      • poging tot moord/doodslag
      • lichamelijke mishandeling
      • bedreiging met geweld en/of een wapen

      Ongelukken vallen hier dus niet onder.

    • 3. Er is sprake van ernstig en blijvend letsel door het geweldsmisdrijf

      Dit kan lichamelijk en/of geestelijk (psychisch) letsel zijn. Wij vinden iets ernstig en blijvend letsel als het slachtoffer voor minstens 70% lichamelijk niet meer kan functioneren. Ook psychisch letsel kan ernstig en blijvend zijn.

      Blijvend letsel betekent dat er geen vooruitzicht is dat het letsel (of de gevolgen ervan) na verloop van tijd vermindert. De ommezwaai in het leven van het slachtoffer is van groot belang voor onze beoordeling. Het gaat er dan ook om dat het slachtoffer een lange tijd op indringende wijze last heeft van de gevolgen van het geweldsmisdrijf.

      Enkele voorbeelden hiervan zijn:

      • verlies van zicht (gehele blindheid)
      • verlamming (hoge dwarslaesie)
      • verlies van beide armen
      • hersenletsel met ernstige karakter- en gedragsveranderingen
      • derdegraadsbrandwonden over grote delen van het lichaam
      • lichamelijk of psychisch letsel waardoor het slachtoffer niet meer voor zichzelf kan zorgen
    • 4. Het geweldsmisdrijf vond plaats in Nederland

      Het geweldsmisdrijf moet in Nederland zijn gebeurd. Ook als het geweldsmisdrijf aan boord van een Nederlands schip of vliegtuig plaatsvond, kunt u bij ons terecht. Daarnaast is het sinds april 2019 mogelijk om voor geweldsmisdrijven in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) een aanvraag in te dienen. Woont u niet in Nederland, maar werd uw naaste hier wel slachtoffer van geweld? Ook dan kunt u een aanvraag bij ons indienen.

    • 5. U of het slachtoffer had geen eigen aandeel in het geweldsmisdrijf

      U kunt alleen een eenmalige uitkering van ons krijgen als u of het slachtoffer niet schuldig was aan het misdrijf. Wij kijken namelijk ook naar uw rol en de rol van het slachtoffer bij wat er gebeurd is. Als u of het slachtoffer een aandeel had in het geweldsmisdrijf is het mogelijk dat u geen uitkering krijgt.

      Voorbeelden zijn:

      • als u of het slachtoffer als eerste geweld heeft gebruikt
      • als u en/of het slachtoffer zich bezighield met criminele activiteiten (zoals drugshandel)
    • 6. De schade wordt niet op een andere manier vergoed

      U krijgt alleen een uitkering van ons als de schade niet is vergoed door de dader of een verzekeringsmaatschappij. U kunt wel bij ons terecht als u nog niet weet of u geld van anderen gaat ontvangen.

      Als u uiteindelijk toch geld krijgt van de dader of de verzekeringsmaatschappij, kan het zijn dat u de uitkering van het Schadefonds moet terugbetalen. Het Schadefonds kan ook bij haar beslissing al rekening houden met de vergoeding die de dader u moet betalen. Dan hoeft u onze uitkering niet achteraf terug te betalen.

    • 7. Het geweldsmisdrijf vond plaats op of na 1 januari 2019

      U kunt als naaste alleen een uitkering aanvragen als het geweldsmisdrijf op of na 1 januari 2019 is gebeurd.

  • Voorwaarden Engels
    • Are you a victim of an intentional violent crime?

      An intentional violent crime is a crime in which intentional violence was used against you or in which you were threatened with violence. For example: robbery, assault or rape.

    • Do you have serious physical or psychological injuries?

      You need to have incurred serious physical and/or psychological injuries as a result of the violent crime. According to the Compensation Fund, serious injuries are injuries with long-term or lasting medical effects.

      Some examples are: a disfiguring facial scar, fracture of an arm or leg, the loss of an eye or a post-traumatic stress disorder. Check the list of injuries for an overview of the injuries that are considered to be serious by the Compensation Fund.

    • Was the violent crime committed in the Netherlands?

      The violent crime must have been committed in the Netherlands. Your nationality (or that of your close relative) is not relevant. You also do not have to live in the Netherlands to be able to file an application. For further information, see our policy manual.

      Were you a victim of a violent crime in one of the EU-countries after 1 January 2006? If so, then you can file an application with the Dutch Compensation Fund for a payment from the compensation fund in the country in which you became a victim.

    • Did you or your close relative take part in the violent crime?

      When you have taken part in the violent crimeit may have consequences for your application. If, for instance, you were the first to use violence, you have challenged somebody or if you took part in criminal activities, then you yourself are (partly) to blame for the damage resulting from the violent crime. In these cases you may not get (full) compensation.

      However, if you were involved in an act of violence because you were helping a fellow citizen who was being assaulted, then you are not likely to be held accountable.

      If you file an application as a surviving relative, your relative must not have contributed to the violent crime. If it is established that your relative contributed to the violent crime, you will be denied compensation.

    • Were the damages compensated in any other way?

      The Compensation Fundwill pay compensation if your damages were not compensated in any other way. Did you, for instance, receive compensation from the perpetrator or an insurance company? If so, then the Compensation Fund may deduct this amount from the payment.

      If your damages were fully compensated, then the Compensation Fund, in principle, will not pay any compensation. You do not have to wait with filing the application until you know whether you get compensated by another party.

      If you receive a payment from the Compensation Fund, and afterwards from the perpetrator, for instance, you must report this to the Compensation Fund. The Compensation Fund will then determine whether this payment must be settled with (part of) the payment you received from the Compensation Fund. For further information, see our policy manual.

    • Did you file the application within a period of ten years after the violent crime took place, or after death?

      You must file your application within a period of ten years after the violent crime was committed, or after your relative died. It is possible that you are not able to file your application in this period of time. In that event, let us know the reason for the delay. We will then see if we can still handle your application.

      It is not possible to file an application if the violent crime happened before 1 January 1973.

  • Voorwaarden slachtoffer
    • 1. U bent slachtoffer van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf

      Het moet gaan om een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Dit betekent dat er met opzet geweld tegen u is gebruikt of hiermee is gedreigd. Denkt u hierbij aan:

      • lichamelijke mishandeling
      • diefstal met geweld
      • bedreiging met geweld en/of een wapen
      • verkrachting

      Ongelukken vallen hier niet onder. Een voorbeeld: iemand loopt in zijn of haar haast tegen u aan. Hierdoor valt u en breekt u een been. Dan is dat een ongeluk, geen opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.

    • 2. U heeft of had ernstig letsel door het geweldsmisdrijf

      Het Schadefonds is er voor slachtoffers met ernstig letsel. Dit kan lichamelijk of geestelijk (psychisch) letsel zijn. Wij vinden iets ernstig letsel als u meerdere keren medisch werd behandeld, het herstel lange tijd duurt of als herstel niet mogelijk is. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

      • een gebroken been of arm waarbij operatie nodig was
      • het verlies van een oog
      • een posttraumatische stressstoornis

      Wij hebben medische stukken nodig over uw lichamelijke of psychische problemen. Voor psychische problemen kijken wij of u in behandeling bent bij een behandelaar die voor het stellen van de diagnose een BIG-registratie of NIP-dienstmerk met Basisaantekening Psychodiagnostiek (BAPD) heeft. Dit kunt u navragen bij uw behandelaar of bekijken op www.bigregister.nl of www.psynip.nl. Bij kinderen is het ook voldoende als zij in behandeling zijn bij een orthopedagoog met NVO-registratie met Basisaantekening Diagnostiek (BAD).

      Bij sommige geweldsmisdrijven gaat het Schadefonds er altijd van uit dat u ernstig geestelijk letsel heeft: bijvoorbeeld bij aanranding of verkrachting, stelselmatig huiselijk geweld en bedreigingen met een mes of vuurwapen. In deze gevallen hoeft u dus niet in behandeling te zijn bij een psycholoog of psychiater om een uitkering van ons te krijgen. Dit noemen wij het vooronderstellen van ernstig letsel.

    • 3. Het geweldsmisdrijf vond plaats in Nederland

      Het geweldsmisdrijf moet in Nederland zijn gebeurd. Ook als het geweldsmisdrijf aan boord van een Nederlands schip of vliegtuig plaatsvond, kunt u bij ons terecht. Daarnaast is het sinds april 2019 mogelijk om voor geweldsmisdrijven in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) een aanvraag in te dienen. Woont u niet in Nederland, maar bent u hier wel slachtoffer geworden van geweld? Ook dan kunt u een aanvraag bij ons indienen.

      Bent u slachtoffer geworden van geweld op of na 1 januari 2006 in één van de EU-landen?
      Dan kunt u via het Schadefonds een aanvraag indienen voor een uitkering uit het schadefonds van het land waar u slachtoffer werd. Wij zorgen voor vertaling en sturen de aanvraag door aan de instantie in dat land. Op de beslissing over een uitkering hebben wij geen invloed. Ieder land heeft namelijk zijn eigen regels en procedures.

      Deze EU-landen hebben een schadefonds: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden.

    • 4. U heeft geen eigen aandeel in het geweldsmisdrijf

      Wij kijken naar uw eigen rol in wat er is gebeurd. Voorbeelden zijn:

      • als u als eerste geweld heeft gebruikt
      • als u de ander heeft uitgedaagd
      • als u zich bezighoudt met criminele activiteiten (zoals de handel in drugs)

      Als u een aandeel heeft in het geweldsmisdrijf, krijgt u mogelijk geen of een lagere uitkering.

    • 5. De schade wordt niet op een andere manier vergoed

      U krijgt alleen een uitkering van ons als de schade niet is vergoed door de dader of een verzekeringsmaatschappij.

      U kunt wel bij ons terecht als u nog niet weet of u geld van anderen gaat ontvangen. Als u uiteindelijk toch geld krijgt van de dader of de verzekeringsmaatschappij, kan het zijn dat u de uitkering van het Schadefonds moet terugbetalen. Het Schadefonds kan ook bij haar beslissing al rekening houden met de vergoeding die de dader u moet betalen. Dan hoeft u onze uitkering niet achteraf terug te betalen.

    • 6. U dient de aanvraag binnen tien jaar in

      Uw aanvraag moet binnen tien jaar na het geweldsmisdrijf bij ons binnen zijn. Aanvragen die later worden ingediend, kunnen wij alleen behandelen wanneer u hier een goede reden voor opgeeft. Het is nooit mogelijk om een aanvraag in te dienen voor een geweldsmisdrijf dat voor 1 januari 1973 heeft plaatsgevonden.

      Let op: Hoe langer het geleden is dat het misdrijf plaatsvond, hoe lastiger het is om gegevens van bijvoorbeeld de politie te achterhalen. Deze informatie hebben wij wel nodig voor de beoordeling van uw aanvraag. Daardoor is de kans aanwezig dat u bij een late aanvraag geen uitkering krijgt.

  • Vragen voor slachtoffers
  • Voorwaarden nabestaande
    • 1. U bent nabestaande

      U kunt als nabestaande een aanvraag indienen wanneer u echtgenoot, (geregistreerd) partner, ouder, kind, broer of zus bent van de overledene.

    • 2a. Het slachtoffer is overleden door een opzettelijk geweldsmisdrijf

      U kunt als nabestaande een aanvraag indienen wanneer het slachtoffer is overleden door een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Dit betekent dat er met opzet geweld is gebruikt, zoals moord en doodslag.

      Een ongeluk is geen opzettelijk geweldsmisdrijf. Een voorbeeld: iemand loopt in zijn of haar haast tegen het slachtoffer aan. Hierdoor valt hij of zij ongelukkig en overlijdt. Daarbij is er geen sprake van geweld of een misdrijf.

    • 2b. Het slachtoffer is overleden door een dood door schulddelict

      U kunt als nabestaande een aanvraag indienen wanneer het slachtoffer is overleden door een dood door schulddelict. Het Schadefonds geeft tegemoetkomingen voor twee soorten dood door schulddelicten:

      • dood door schuld in verkeerszaken
      • dood door schuld in algemene zin

      Bij schuld in verkeerszaken (zoals bedoeld in artikel 6 Wegenverkeerswet 1994) gaat het om het gedrag van de verdachte. Een enkele overtreding is vaak niet voldoende om te spreken van schuld. Bijvoorbeeld: als er geen voorrang is gegeven is dat vaak niet voldoende om te spreken van schuld. Wanneer de verdachte ook nog veel te hard reed en/of alcohol dronk, is er sneller sprake van dood door schuld.

      Let op: Overleed uw echtgenoot, (geregistreerd) partner, ouder of kind op of na 1 januari 2019 door schuld in het verkeer? Dan heeft u bijna altijd recht op een schadevergoeding van de verzekeringsmaatschappij van de veroorzaker of van het Waarborgfonds Motorverkeer. Het Schadefonds raadt dan aan de schade eerst te verhalen bij de verzekeringsmaatschappij of het Waarborgfonds.

      Bij schuld in algemene zin (zoals bedoeld in artikel 307 Wetboek van Strafrecht) gaat het om het gedrag van de verdachte en de gebeurtenis en de omstandigheden. Voorbeelden van schuld in algemene zin kunnen zijn:

      • een koolstofmonoxidevergiftiging
      • ongelukken met vuurwapens
      • medische fouten

      Echte ongelukken zijn niet voldoende om te spreken van dood door schuld. Bij dood door schuld moet het gaan om onvoorzichtig gedrag: de verdachte kon weten dat er iets fout zou kunnen gaan, maar ging er toch mee door.

    • 3. Het geweldsmisdrijf of het dood door schulddelict vond plaats in Nederland

      Het geweldsmisdrijf of dood door schulddelict moet in Nederland zijn gebeurd. Ook als het aan boord van een Nederlands schip of vliegtuig plaatsvond, kunt u bij ons terecht. Daarnaast is het sinds april 2019 mogelijk om voor geweldsmisdrijven en dood door schulddelicten in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) een aanvraag in te dienen. Woonde het slachtoffer niet in Nederland, maar is hij of zij hier wel door het geweldsmisdrijf of dood door schulddelict overleden? Ook dan kunt u een aanvraag bij ons indienen.

      Bent u nabestaande van een slachtoffer dat is omgekomen door een misdrijf op of na 1 januari 2006 in één van de EU-landen?
      Dan kunt u via het Schadefonds een aanvraag indienen voor een uitkering uit het schadefonds van het land waar het misdrijf plaatsvond.

      Wij zorgen voor vertaling en sturen de aanvraag door aan de instantie in dat land. Op de beslissing over een uitkering hebben wij geen invloed. Ieder land heeft namelijk zijn eigen regels en procedures.

      Deze EU-landen hebben een schadefonds: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië en Zweden.

    • 4. U of het slachtoffer had geen eigen aandeel in het geweldsmisdrijf

      U kunt alleen een tegemoetkoming van ons krijgen als u of het slachtoffer niet schuldig was aan het misdrijf. Wij kijken namelijk ook naar uw rol en de rol van het slachtoffer bij wat er gebeurd is. Als u of het slachtoffer een aandeel had in het geweldsmisdrijf is het mogelijk dat u geen uitkering krijgt. Voorbeelden zijn:

      • als u of het slachtoffer als eerste geweld heeft gebruikt
      • als u en/of het slachtoffer zich bezighield met criminele activiteiten (zoals de handel in drugs)
    • 5. De schade wordt niet op andere manier vergoed

      U krijgt alleen een uitkering van ons als de schade niet is vergoed door de dader of een verzekeringsmaatschappij. U kunt wel bij ons terecht als u nog niet weet of u geld van anderen gaat ontvangen.

      Als u uiteindelijk toch geld krijgt van de dader of de verzekeringsmaatschappij, kan het zijn dat u de uitkering van het Schadefonds moet terugbetalen. Het Schadefonds kan ook bij haar beslissing al rekening houden met de vergoeding die de dader of verzekeringsmaatschappij u moet betalen. Dan hoeft u onze uitkering niet achteraf terug te betalen.

    • 6. U dient de aanvraag binnen tien jaar in

      Uw aanvraag moet binnen tien jaar na het overlijden van het slachtoffer bij ons binnen zijn. Aanvragen die later worden ingediend, kunnen wij alleen behandelen wanneer u hier een goede reden voor opgeeft. Het is nooit mogelijk om een aanvraag in te dienen voor een geweldsmisdrijf dat voor 1 januari 1973 heeft plaatsgevonden.

      Let op: Hoe langer het geleden is dat het misdrijf plaatsvond, hoe lastiger het is om gegevens van bijvoorbeeld de politie te achterhalen. Deze informatie hebben wij wel nodig voor de beoordeling van uw aanvraag. Daardoor is de kans aanwezig dat u bij een late aanvraag geen tegemoetkoming krijgt.

  • Vragen voor nabestaanden
  • Voorwaarden naasten
    • 1. U bent naaste

      U kunt als naaste een aanvraag indienen wanneer u echtgenoot, (geregistreerd) partner, ouder, kind, broer of zus bent van het slachtoffer.

    • 2. Er is sprake van een opzettelijk geweldsmisdrijf

      Uw naaste is slachtoffer van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Dit betekent dat er met opzet geweld tegen het slachtoffer is gebruikt of hiermee is gedreigd. Denkt u hierbij aan:

      • poging tot moord/doodslag
      • lichamelijke mishandeling
      • bedreiging met geweld en/of een wapen

      Ongelukken vallen hier dus niet onder.

    • 3. Er is sprake van ernstig en blijvend letsel door het geweldsmisdrijf

      Dit kan lichamelijk en/of geestelijk (psychisch) letsel zijn. Wij vinden iets ernstig en blijvend letsel als het slachtoffer voor minstens 70% lichamelijk niet meer kan functioneren. Ook psychisch letsel kan ernstig en blijvend zijn.

      Blijvend letsel betekent dat er geen vooruitzicht is dat het letsel (of de gevolgen ervan) na verloop van tijd vermindert. De ommezwaai in het leven van het slachtoffer is van groot belang voor onze beoordeling. Het gaat er dan ook om dat het slachtoffer een lange tijd op indringende wijze last heeft van de gevolgen van het geweldsmisdrijf.

      Enkele voorbeelden hiervan zijn:

      • verlies van zicht (gehele blindheid)
      • verlamming (hoge dwarslaesie)
      • verlies van beide armen
      • hersenletsel met ernstige karakter- en gedragsveranderingen
      • derdegraadsbrandwonden over grote delen van het lichaam
      • lichamelijk of psychisch letsel waardoor het slachtoffer niet meer voor zichzelf kan zorgen
    • 4. Het geweldsmisdrijf vond plaats in Nederland

      Het geweldsmisdrijf moet in Nederland zijn gebeurd. Ook als het geweldsmisdrijf aan boord van een Nederlands schip of vliegtuig plaatsvond, kunt u bij ons terecht. Daarnaast is het sinds april 2019 mogelijk om voor geweldsmisdrijven in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) een aanvraag in te dienen. Woont u niet in Nederland, maar werd uw naaste hier wel slachtoffer van geweld? Ook dan kunt u een aanvraag bij ons indienen.

    • 5. U of het slachtoffer had geen eigen aandeel in het geweldsmisdrijf

      U kunt alleen een eenmalige uitkering van ons krijgen als u of het slachtoffer niet schuldig was aan het misdrijf. Wij kijken namelijk ook naar uw rol en de rol van het slachtoffer bij wat er gebeurd is. Als u of het slachtoffer een aandeel had in het geweldsmisdrijf is het mogelijk dat u geen uitkering krijgt.

      Voorbeelden zijn:

      • als u of het slachtoffer als eerste geweld heeft gebruikt
      • als u en/of het slachtoffer zich bezighield met criminele activiteiten (zoals drugshandel)
    • 6. De schade wordt niet op een andere manier vergoed

      U krijgt alleen een uitkering van ons als de schade niet is vergoed door de dader of een verzekeringsmaatschappij. U kunt wel bij ons terecht als u nog niet weet of u geld van anderen gaat ontvangen.

      Als u uiteindelijk toch geld krijgt van de dader of de verzekeringsmaatschappij, kan het zijn dat u de uitkering van het Schadefonds moet terugbetalen. Het Schadefonds kan ook bij haar beslissing al rekening houden met de vergoeding die de dader u moet betalen. Dan hoeft u onze uitkering niet achteraf terug te betalen.

    • 7. Het geweldsmisdrijf vond plaats op of na 1 januari 2019

      U kunt als naaste alleen een uitkering aanvragen als het geweldsmisdrijf op of na 1 januari 2019 is gebeurd.

    • Wat is het verschil tussen de tegemoetkoming voor getuigen en de tegemoetkoming voor naasten?

      De tegemoetkoming voor naasten wordt gegeven voor het leed dat men ondervindt doordat een naaste ernstig gewond raakt. Een geweldsmisdrijf is niet alleen aangrijpend voor het slachtoffer zelf, het wijzigt ook het leven van diens naaste. Het letsel van het eigenlijke slachtoffer staat centraal. Is het letsel van het slachtoffer ernstig en blijvend? Dan heeft de naaste recht op een vast bedrag van € 5.000.

      Dat is bij een getuige anders: die is zelf slachtoffer. De getuige loopt namelijk zelf psychische problemen op door het meemaken van (de directe gevolgen van) een geweldsmisdrijf. Bij de tegemoetkoming voor de getuige wordt dan ook het eigen letsel beoordeeld en is de hoogte van de tegemoetkoming afhankelijk van de ernst van dit letsel. Ook hoeft de getuige het slachtoffer niet persoonlijk te kennen.

    • Hoe hoog is de tegemoetkoming voor naasten?

      De tegemoetkoming voor naasten is een vast bedrag van € 5.000 (letselcategorie 3).

    • Moet bij een naastenaanvraag het slachtoffer ook een aanvraag indienen?

      Hoewel wij slachtoffers adviseren dit wel te doen, is het indienen van een eigen aanvraag niet verplicht. Het voordeel van een eigen aanvraag is dat wij de ernst van het letsel beter kunnen onderzoeken.

    • Kan ik ook een naastenaanvraag indienen als het slachtoffer ernstig en blijvend letsel heeft opgelopen door een schulddelict?

      Nee, dit is niet mogelijk. De tegemoetkoming voor naasten kan alleen gegeven worden in het geval van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.