Bram (5) ziet in 2016 dat zijn stiefvader zijn moeder met een mes bedreigt en haar tot drie keer toe probeert te wurgen. Moeder doet aangifte en de stiefvader wordt strafrechtelijk vervolgd voor poging tot doodslag.

Zowel moeder als Bram voegen zich in het strafproces als benadeelde partij. De vordering van Bram was gebaseerd op shockschade. De psychische schade van Bram werd ondersteund met een verklaring van de psycholoog waar hij sinds het strafbare feit in behandeling is. De psycholoog stelde in haar verklaring onder meer dat het misdrijf bijzonder ernstige gevolgen voor Bram heeft gehad die tot op heden (deels) voortduren. In de onderbouwing van de vordering en ook bij verdediging ter zitting is gewezen op het taxibus-arrest en andere recente jurisprudentie over shockschade. De rechtbank in Almelo ging hier helaas niet in mee en verklaarde de vordering benadeelde partij van Bram in zijn geheel niet-ontvankelijk. De vordering van moeder werd wel grotendeels toegewezen.

Enige tijd later besprak de medewerker van Slachtofferhulp Nederland de mogelijkheden van het Schadefonds Geweldsmisdrijven met moeder. Met name de onbevredigende beslissing op de vordering van Bram was reden om alsnog een aanvraag voor een eenmalige uitkering bij het Schadefonds voor Bram in te dienen. De beslissing op de aanvraag van Bram liet even op zich wachten, maar had een positief resultaat.

Het Schadefonds vond dat Bram recht had op een eenmalige uitkering van het fonds. Het Schadefonds vond het aannemelijk dat er voor Bram ook sprake was van bedreiging; ook al was de dreiging in eerste instantie gericht tegen de moeder van Bram. Bram werd namelijk achterna gezeten door zijn vader nadat hij probeerde tussen hem en zijn moeder te komen en hij het mes van hem had afgepakt. Deze bedreigende situatie had voor Bram ernstige psychische gevolgen waarvoor hij geruime tijd is behandeld door een psycholoog.

Volgens het (toen geldende) beleid van het Schadefonds kon Bram geen uitkering krijgen voor shockschade (waarneming) aangezien moeder zelf geen letsel had dat past in categorie 4 (€ 10.000,-) of hoger.

Bram kreeg een uitkering van € 20.000,- van het Schadefonds. Twintig procent van dit bedrag heeft hij al ontvangen. Het overige deel staat op een BEM rekening. Dit bedrag komt vrij voor Bram zodra hij 18 jaar is. Moeder is heel blij met de beslissing van het Schadefonds. Zij ziet het als tegenwicht voor alle ellende die Bram en zij hebben doorstaan. Er is eindelijk (financiële en emotionele) ruimte om wat leuke dingen te doen samen. Ze is ontzettend blij dat de medewerker van Slachtofferhulp haar op de mogelijkheden van het Schadefonds heeft gewezen.