‘Solidariteit’, het lijkt een ouderwets begrip uit vervlogen tijden. Het roept beelden op van de strijd van arbeiders die de handen ineen sloegen om het maatschappelijk onrecht van uitbuiting en armoede te bestrijden. Maar ‘solidariteit’ in 2019? Iedereen zorgt toch voor zichzelf. ‘Solidariteit’ lijkt haast een anachronisme.

Niets is echter minder waar. Kijk maar naar het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Het is een solidariteitsfonds. Het helpt mensen die buiten hun schuld slachtoffer zijn geworden van geweld door een of meerdere medeburgers. Uit naam van de samenleving wordt de ongelukkige situatie van het slachtoffer erkend.

Nobel zo’n solidariteitsfonds. Zeker, maar ook welbegrepen eigenbelang. Immers ‘solidariteit’ houdt in dat hoe verschillend mensen ook zijn en hoe graag zij ook de vrijheid hebben hun individualiteit tot uitdrukking te brengen, de maatschappelijke orde afhangt van het vertrouwen dat ieder zijn of haar verantwoordelijkheden draagt. Een open samenleving valt of staat dus op het onderling vertrouwen dat we er voor elkaar zijn als dat nodig is. “Samen betrokken”, zegt het Schadefonds dan.

We vertrouwen erop dat mensen de vrijheid van onze open samenleving niet misbruiken om hun eigen gewin na te streven ten kost van anderen. Zeker niet als dat met geweld gebeurt, zoals onlangs nog openlijk in Utrecht of zoals dagelijks achter de deuren van gewelddadige gezinnen.

Zijn burgers het slachtoffer van een geweldsmisdrijf dan laat onze samenleving die persoon niet los en staat om haar of hem heen. Het wordt beschouwd als een collectieve verantwoordelijkheid het individuele slachtoffer niet onbekommerd achter te laten.

‘Collectief’, nog zo’n term uit de jaren 70. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven is niet toevallig opgericht in 1976. Tot op de dag van vandaag weet het fonds de oude waarden van solidariteit en collectieve verantwoordelijkheid actueel te houden.

Carol van Nijnatten, Commissielid Schadefonds Geweldsmisdrijven