In 2019 zijn zowel de beleidsbundel als de letsellijst van het Schadefonds tweemaal aangepast. De aanpassingen worden hieronder toegelicht.

1. Wijzigingen beleidsbundel – 1 januari 2019

Wet affectieschade
Op 1 januari 2019 is de Wet affectieschade ingevoerd. Sindsdien kunnen ook naasten van slachtoffers een beroep doen op het Schadefonds. Dit geldt voor naasten van slachtoffers die, als gevolg van een geweldsmisdrijf, kampen met ernstig en blijvend letsel.

Met de invoering van de nieuwe wet is op 1 januari 2019 de structuur van de beleidsbundel gewijzigd. De beleidsbundel is ingedeeld aan de hand van de vier doelgroepen van het Schadefonds:

  • hoofdstuk 1: slachtoffers van opzettelijk gepleegde geweldsmisdrijven
  • hoofdstuk 2: nabestaanden van slachtoffers van opzettelijk gepleegde geweldsmisdrijven
  • hoofdstuk 3: nabestaanden van slachtoffers van dood door schulddelicten
  • hoofdstuk 4: naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel

De overige hoofdstukken zijn als volgt:

  • hoofdstuk A t/m D: toelichting wettelijke criteria
  • hoofdstuk E: toelichting op de hoogte van het uitkeringsbedrag
  • hoofdstuk F t/m K: beschrijving Schadefonds-procedures
  • hoofdstuk L t/m S: overige zaken

Psychisch letsel door waarneming
Op 1 januari 2019 is er in hoofdstuk 1.3 nieuw beleid opgenomen over psychisch letsel dat iemand oploopt door getuige (‘waarnemer’) te zijn van een geweldsmisdrijf of door direct geconfronteerd te zijn geweest met de gevolgen hiervan.

Een overzicht van het nieuwe beleid:

  • De tegemoetkoming wegens waarneming is niet langer beperkt tot naasten. Iedere persoon die getuige is geweest van een geweldsmisdrijf of direct geconfronteerd is geweest met de gevolgen van een geweldsmisdrijf, wordt aangemerkt als slachtoffer.
  • Ernstig letsel wordt niet meer voorondersteld. Alleen slachtoffers met gediagnosticeerd ernstig psychisch letsel  – als gevolg van het misdrijf – komen in aanmerking voor een tegemoetkoming.
  • De hoogte van de uitkering wordt gebaseerd op de letselcategorie die past bij de aard en de ernst van het psychische letsel.
  • Het criterium dat het waargenomen slachtoffer letsel heeft opgelopen in letselcategorie 4 is niet meer van toepassing.
  • Het waargenomen slachtoffer hoeft zelf geen aanvraag te hebben ingediend.

Nabestaanden van slachtoffers van dood door schulddelicten
Het beleid voor nabestaanden van slachtoffers van dood door schulddelicten stond in 2018 in een bijlage van de beleidsbundel. Nu dit bestending beleid betreft, is het geïntegreerd in de beleidsbundel (hoofdstuk 3).

In paragraaf 3.8 is een nieuwe passage toegevoegd over de verhaalsmogelijkheid van nabestaanden van dood door schuldslachtoffers in het verkeer. Als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet affectieschade per 1 januari 2019, hebben nabestaanden van dood door schuldslachtoffers door een motorrijtuig altijd een verhaalsmogelijkheid op de verzekeraar van de dader. Is de dader van het dood door schulddelict niet bekend? Dan biedt het Waarborgfonds Motorverkeer een vergoeding voor de geleden schade. Hierdoor hebben nabestaanden altijd een verhaalsmogelijkheid.

Een schadevergoeding via de aansprakelijkheidsverzekering of het Waarborgfonds Motorverkeer is hoger dan een uitkering uit het Schadefonds. Daarom raadt het Schadefonds nabestaanden aan de schade te verhalen op de verzekeraar van de dader of het Waarborgfonds Motorverkeer. Broers en zussen van slachtoffers komen niet in aanmerking voor een schadevergoeding door de verzekeraar of het Waarborgfonds Motorverkeer. Zij kunnen wel terecht bij het Schadefonds.

Beoordeling aanvragen naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel
In hoofdstuk 4 is opgenomen hoe het Schadefonds de aanvragen beoordeelt van naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel.

Wijzigingen letsellijst – 1 januari 2019

Naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel
In de toelichting van de letsellijst is de nieuwe doelgroep ‘naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel’ opgenomen. Zij komen in aanmerking voor een vast bedrag van € 5.000 (categorie 3). Dit is opgenomen in deel 2A van de letsellijst.

Aangezichtsschedel

  • In deel 1B is onder het kopje ‘aangezichtsschedel’ bij de scheefstand van de neus (categorie 1) toegevoegd dat het om een blijvende scheefstand moet gaan.
  • In deel 1B zijn de asteriskverwijzingen bij verschillende letsels van de aangezichtsschedel aangepast. Alleen voor de letsels waarbij geen operatieve behandeling nodig is, geldt dat de tijdelijke of definitieve uitval van de nervus infraorbitalis is inbegrepen.

Gebitsletsel
In deel 1B van de letsellijst is bij gebitsletsel ook het verlies van implantaten, kronen en bruggen opgenomen.

Psychisch letsel bij waarneming
Omdat psychisch letsel bij waarneming niet meer wordt voorondersteld, is deze categorie verwijderd uit deel 2A van de letsellijst.

Categorisering mensenhandelzaken
In deel 2A van de letsellijst wordt de categorisering rondom mensenhandelzaken nader gespecificeerd. Hiertoe is besloten doordat de verschillende gevallen eerder niet goed tot elkaar in verhouding stonden.

Wijzigingen beleidsbundel – 1 juli 2019

Uitbreiding kwaliteitseisen behandelaren
Per 1 juli 2019 zijn de kwaliteitseisen voor behandelaren (pagina 6, 8 en 9) gewijzigd en aangevuld. Het Schadefonds gebruikte voor psychisch letsel al enige tijd alleen medische gegevens van behandelaren met een NIP-dienstmerk of BIG-registratie. Aan het NIP-dienstmerk is nu de eis toegevoegd dat de hulpverlener die de diagnose stelt, ook een Basisaantekening Psychodiagnostiek (BAPD) moet hebben. De BAPD is een kwaliteitskeurmerk. Dit keurmerk garandeert dat de betreffende hulpverlener een basisniveau aan kennis en ervaring heeft op het gebied van algemene psychodiagnostiek. Het Schadefonds heeft de BAPD als eis gesteld om de kwaliteit en betrouwbaarheid van gestelde diagnoses te waarborgen. Daarnaast heeft het Schadefonds de NVO-registratie met Basisaantekening Diagnostiek (BAD) van de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO) geaccepteerd als dienstmerk dat voldoet aan de kwaliteitseisen van het Schadefonds.

Uitbreiding Caribisch Nederland
Sinds 1 april 2019 kunnen ook inwoners van Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) een aanvraag indienen bij het Schadefonds. Voorwaarde is dat het misdrijf op of na 1 januari 2017 heeft plaatsgevonden op een van deze eilanden. In de beleidsbundel is deze uitbreiding verwerkt op pagina 3 en 13.

Verrekeningen
Per 1 april 2019 is artikel 6 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven gewijzigd. Dit artikel gaat over de verrekening van de uitkering van het Schadefonds met de schade die op andere wijze aan het slachtoffer wordt vergoed. De verwijzingen in de beleidsbundel naar dit artikel (pagina 17) zijn aangepast.

Mensenhandel
In alle gevallen waarin mensenhandel aannemelijk kan worden geacht, wordt voortaan ernstig letsel voorondersteld (pagina 7).

Wijzigingen letsellijst – 1 juli 2019

Beoordeling psychisch letsel
In deel 2B van de letsellijst zijn nieuwe uitgangspunten voor de beoordeling van psychisch letsel opgenomen:

  • Voor letselcategorie 1 tot en met 3 wordt de ernst van het psychische letsel beoordeeld aan de hand van het aantal sessies bij een gekwalificeerde behandelaar.
  • Voor letselcategorie 4 tot en met 6 wordt de ernst van het psychische letsel beoordeeld door de mate van afhankelijkheid van de aanvrager.
  • In deel 2B van de letsellijst is een overzicht opgenomen van hulpverleners van wie het Schadefonds medische gegevens gebruikt. Het gaat om de psychiater, GZ-psycholoog, de klinisch psycholoog, de Kinder- en Jeugdpsycholoog NIP, de Kinder- en Jeugdpsycholoog NIP Specialist, de Orthopedagoog-Generalist NVO met Basisaantekening Diagnostiek en de Basis-orthopedagoog NVO met Basisaantekening Diagnostiek.

Mensenhandel
Door de wijziging in het beleid rondom mensenhandelzaken, zijn deze zaken anders gecategoriseerd in de letsellijst.

Dood door schuld – Caribisch Nederland
In de letsellijst is een verwijzing naar artikel 320 Wetboek van Strafrecht BES toegevoegd voor de dood door schulddelicten in Caribisch Nederland.