Met het geld van het Schadefonds deed ik soms iets extra’s voor de kinderen

In 2012 werd Ruud, de man van Els, doodgeschoten tijdens een roofoverval op hun winkel. In één klap veranderde hierdoor haar leven. Zij bleef alleen over met de kinderen. Na het grote verlies moesten zij hun leven opnieuw indelen en opbouwen. Over de roofoverval zijn inmiddels twee boeken verschenen: ‘Er is leven na de dood van een geliefde’ door Els Lokker en ‘2 minuten’ door Vincent Veenman.

Els: “Als er zoiets ingrijpends in je leven gebeurt, dan zijn er natuurlijk heel veel dingen die je opnieuw een plek moet geven, het verwerken kost heel veel tijd en je bent er eigenlijk nooit ‘klaar’ mee. Alle hulp die je daarbij krijgt, zowel emotioneel als praktisch, is zo waardevol”.

“Door de dood van Ruud was ik mijn inkomsten kwijt. Kort na de roofoverval kwam ik in contact met een casemanager van Slachtofferhulp Nederland. Zij heeft mij geholpen met het regelen van allerlei praktische zaken zoals het aanvragen van een nabestaandenuitkering, maar dat is natuurlijk geen vetpot. Ook wees zij mij op het bestaan van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Zij heeft de formulieren voor het aanvragen van de financiële tegemoetkoming voor mij en de kinderen geregeld. Daar had ik zelf bijna geen omkijken naar. Heel prettig, want op dat moment staat je hoofd daar helemaal niet naar.”

“Het Schadefonds geeft de uitkering eigenlijk namens de samenleving, als blijk van solidariteit.”

“De uitkering van het Schadefonds volgde heel snel. Dat was fijn omdat ik daarmee gelijk de kosten, die ik moest maken – voor bijvoorbeeld de uitvaart – kon betalen. Ik hoefde niet eerst te wachten tot de dader eventueel de schade zou betalen. Dat kan namelijk heel lang duren, als het al komt. En dat ik zelf niet bij de daders achter het geld aan hoefde te zitten was een enorme opluchting. Het Schadefonds geeft de uitkering eigenlijk namens de samenleving, als blijk van solidariteit. Dat is echt een enorm fijn gevoel. Ik krijg Ruud er niet mee terug, maar het is wel een blijk van erkenning dat ons iets heel ergs is overkomen en dat we er niet alleen voor staan.”

“Ik vind wel dat in Nederland die uitkering – die bij veel mensen als ‘smartengeld’ bekend staat – nog flink omhoog kan. Niet om de nabestaanden rijk te maken, en ook niet omdat een mensenleven een bepaald bedrag waard is, maar met een substantieel hoger bedrag zal het nóg meer als genoegdoening gaan voelen. En laat de daders – als zij bekend zijn en veroordeeld – de rest van hun leven maar maandelijks een aflossing moeten doen. Zodat zij zich óók de rest van hun leven herinneren wat voor verschrikkelijks ze hebben veroorzaakt.”

 

 

“Het geld dat ik van het Schadefonds heb gekregen was heel welkom Ik heb het gebruikt om rekeningen te betalen, diverse reparaties in huis te laten doen (vroeger deed Ruud alles zelf) en af en toe iets extra’s te doen voor de kinderen. Dat was hard nodig in de moeilijke tijd na het overlijden van mijn man. De twee oudste kinderen studeerden, één ging zelfstandig wonen. Ook zij konden de bijdrage goed gebruiken.”

“De uitkering van het Schadefonds volgde heel snel. Dat was fijn omdat ik daarmee gelijk de kosten voor de uitvaart kon betalen."

“Een paar maanden nadat het was gebeurd, ben ik er een paar dagen in mijn eentje tussenuit geweest. Naar ‘een hutje op de hei’. Familie zorgde voor de kinderen en de honden. Ik had even wat tijd voor mezelf nodig en in de natuur kan ik het best ontspannen, ontladen en opladen. De natuur in werkt nog steeds goed om te ontspannen. Ik kom regelmatig in het prachtige duingebied en daar kom ik altijd tot rust. Het gaat weer goed met mij en de kinderen.”

“Het is voor slachtoffers en nabestaanden heel fijn en belangrijk dat een klein stukje zorg uit handen wordt genomen want zij hebben al genoeg op hun bord. Het Schadefonds kan daaraan bijdragen door eens financiele tegemoetkoming te geven. Dat is gewoon fantastisch.”