Er zijn twee soorten dood door schulddelicten, namelijk:

  • dood door schuld in het verkeer
  • dood door schuld in algemene zin

Bij schuld in verkeerszaken (zoals bedoeld in artikel 6 Wegenverkeerswet 1994) gaat het om het gedrag van de verdachte. Een enkele overtreding is vaak niet voldoende om te spreken van schuld. Bijvoorbeeld: als er geen voorrang is gegeven is dat vaak niet voldoende om te spreken van schuld. Wanneer de verdachte ook nog veel te hard reed en/of alcohol dronk, is er sneller sprake van dood door schuld.

Let op:
Bent u een echtgenoot, (geregistreerd) partner, ouder of kind van een verkeersslachtoffer dat door een ongeval met een motorrijtuig (zoals een auto) overleed? En vond dit ongeluk plaats op of na 1 januari 2019? Dan heeft u bijna altijd recht op een schadevergoeding voor affectieschade. U kunt deze schadevergoeding krijgen van de verzekeringsmaatschappij van de veroorzaker of van het Waarborgfonds Motorverkeer. Het Schadefonds raadt daarom aan de schade eerst te verhalen bij de verzekeringsmaatschappij of het Waarborgfonds.

Bent u een broer of zus van een verkeersslachtoffer dat door een ongeval met een motorrijtuig (zoals een auto) overleed? Dan kunt u wel een uitkering van het Schadefonds krijgen. U kunt als broer of zus namelijk geen schadevergoeding voor affectieschade van de verzekeringsmaatschappij van de veroorzaker of het Waarborgfonds Motorverkeer krijgen.

Bij schuld in algemene zin (zoals bedoeld in artikel 307 Wetboek van Strafrecht) gaat het om het gedrag van de verdachte en de gebeurtenis en de omstandigheden. Voorbeelden van schuld in algemene zin kunnen zijn:

  • een koolstofmonoxidevergiftiging
  • ongelukken met vuurwapens
  • medische fouten

Echte ongelukken zijn niet voldoende om te spreken van dood door schuld. Bij dood door schuld moet het gaan om zeer onvoorzichtig gedrag: de verdachte kon weten dat er iets fout zou gaan, de kans op het gevolg is groot, hij weet dat hij het beter niet kan doen, maar doet het toch.