Na meer dan vijf jaar lidmaatschap van de Commissie Statuut van het Schadefonds Geweldsmisdrijven raak ik nog steeds overdonderd door de onthutsende getuigenissen van mensen die als kind seksueel werden misbruikt door professionals in de Jeugdzorg. De verhalen zijn huiveringwekkend. De aanvragers vertellen hoe zij als kind machteloos stonden tegenover de volwassen (meestal) mannen die hen letterlijk en figuurlijk in de greep hadden. Zij waren als uithuisgeplaatst kind ook nog eens op zichzelf aangewezen en verstoken van steun van vertrouwenspersonen. Keer op keer hebben deze mensen ervaren dat zij zich niet konden verlaten op de personen waar je als kind normaliter blind op zou moeten kunnen varen.

De taak van de Commissie Statuut is deze mensen te erkennen in het hun aangedane onrecht. De hoorzitting neemt daarin een belangrijke plaats in. Nadat de juristen van het Schadefonds en ook de advocaten van de aanvragers en beschuldigde instellingen al eerder hun zegje hebben gedaan over de aannemelijkheid van het gebeurde, proberen we in de hoorzitting het verhaal van de aanvrager centraal te stellen. Zij krijgen de ruimte om het verleden nog eens onder de loep te nemen, hoe moeilijk dat vaak ook is. De vertegenwoordigers van de instelling waar het misbruik heeft plaatsgevonden (meestal bestuurders van rechtsopvolgers van die instellingen die tijdens het misbruik nog niet in dienst waren) reageren vaak door hun afgrijzen over het gebeuren te uiten en hun nederige verontschuldigingen aan te bieden. Het is indrukwekkend om mee te maken hoe helend die reacties van jeugdzorgprofessionals werken. Eindelijk gelooft iemand van de ‘officiële instanties’ het verhaal. Het is niet zelden een getuigenis van het nieuwe professionele elan in de jeugdzorg.

De omvang en de impact van het seksueel misbruik zijn zo groot dat je als commissielid de neiging krijgt de aanvrager alleen als slachtoffer te zien en aan te spreken. Niet zelden accepteren aanvragers ook die rol. Dan veronachtzamen ze dat zij meer nog dan slachtoffers, overwinnaars zijn. Dan verwijten zij zich als kind het misbruik niet gemeld te hebben of geven zij zelfs zichzelf de schuld van het misbruik. Dan vergeten zij hoe zij, vaak na levenslange eenzame opsluiting in zichzelf, met hun verhaal naar buiten zijn gekomen, hun partner hebben verteld wat er gebeurd is, met de jurist van het Schadefonds op zoek zijn gegaan naar steunbewijs, zich voorbereid hebben op de confrontatie met de commissie en vooral de bestuurders van de jeugdzorginstelling, en …. tijdens de hoorzitting het verhaal weer eens hebben verteld.

Sommige aanvragers presteren het zelfs de schuldigen te vergeven, al is dat in de ogen van anderen wellicht onbegrijpelijk. Zij beschouwen de hoorzitting als de punt achter hun misbruikverleden. Ze willen door met hun leven. Ze hebben gewonnen. Hoe knap is dat!

Carol van Nijnatten, Commissielid Schadefonds Geweldsmisdrijven